De omgeving van San Gil staat bekend om de extreme sporten die hier beoefend kunnen worden. Wij besluiten te gaan raften op een snelstromende rivier in de buurt. ’s Ochtends worden we om 9 uur opgehaald door een busje dat ons naar de rivier brengt. Onderweg pikken we nog wat anderen op en na een uurtje stuiteren komen we met 9 personen en 3 instructeurs aan bij het beginpunt van de tocht.
De groep bestaat uit: ons vieren, een dubbelganger van John Lennon, een kettingrokende vrouw van een jaar of 60, een Belg, een Engelsman en een vreemde kerel met een flowerpower zonnebril. De groep moet verdeeld worden over 2 rafts en wij besluiten snel aan te pappen met de Belg, wat een erg sympathieke kerel blijkt te zijn. Hij reist alleen en is speciaal voor deze raft-experience teruggekomen te zijn naar dit plaatsje. Het zal dan ook wel iets heel aparts zijn, wat ons te wachten staat.
De kettingroker bergt haar sigaretten veilig op in een waterdicht diepvrieszakje en vraagt de instructeur deze voor haar te bewaren voor de lunchpauze halverwege de tocht. John Lennon besluit met gevaar voor eigen leven zijn gigantische bril op te houden en ondertussen maak ik me zorgen over het ontbreken van het touwtje in mijn zwembroek.
De instructies die we krijgen zijn behoorlijk uitgebreid. Niet zozeer omtrent hoe we moeten peddelen, maar wel over wat te doen als je overboord vliegt, de raft omslaat en je eronder terecht komt, en wat je allemaal kunt doen om niet te verzuipen in deze kolkende watermassa.
Na een minuut of 20 zitten we allemaal met een peddel in onze handen “aan boord” te wachten op wat komen gaat. Er gaat 1 kano mee die mensen veilig en snel uit het water kan pikken en een om onderweg foto’s te maken van deze kamikaze actie.
In totaal varen we ongeveer 20 kilometer over een van de wildste rivieren die ik ooit gezien heb. We krijgen instructies van de instructeur die ons door de “rapids” probeert te loodsen, maar het is geen uitzondering dat er net zoveel water in de raft zit als erbuiten. De rapids variëren tussen klasse 2 en 5+. Klasse 2 is een behoorlijke stroomversnelling en 5+ is een regelrechte bijna-dood-ervaring. Een golf van een meter of 3 hoog zorgt ervoor dat de voorkant van de raft volledig de lucht in wordt geduwd om 2 seconden erna naar beneden te vallen om vervolgens de volgende (nog hogere) golf te incasseren. Ik zit links vooraan in de raft samen met de Belg en wij hebben als taak tegelijkertijd te roeien en te zorgen voor de voortstuwing van het gevaarte. Iets wat mij volledig nutteloos lijkt, want er is geen kruid gewassen tegen de kracht van deze rivier. Onderweg vraag ik me een aantal keren af hoe John Lennon en de kettingrookster het er vanaf brengen, want als het voor ons al zwaar is…
Na een uurtje spartelen leggen we aan voor de lunch. Wonderbaarlijk genoeg komen er een aantal droge etenswaren uit de afsluitbare tassen van de kano’s, iets wat je niet voormogelijk houdt als de verzopen katjes ziet die uit de raft klauteren.
De sigaretten van de kettingrookster hebben het ook overleefd, dus tijd voor een paffie. John Lennon gaat op onderzoek uit in de natuur terwijl de rest de natte kleren te drogen hangt in de zon. Na het eten nog net tijd voor 2 sigaretjes voor de kettingrookster en dan kunnen we verder.
Onderweg worden foto’s gemaakt door de tweede kanoman die luistert naar de naam “Red Bull”. Hij heeft een beetje het uiterlijk van een indiaan, vandaar dat “Rode Stier” waarschijnlijk deze bijnaam heeft gekregen, die overigens ook nog eens wordt bevestigd door de sticker van het bekende drankje op zijn helm. Veel foto’s hebben we trouwens niet overgehouden aan dit avontuur. Rode Stier laat namelijk zijn camera in het water donderen, wanneer we bijna op het einde zijn. Ze proberen het apparaat nog op te duiken, wat natuurlijk een totaal nutteloze actie is in zo’n snelstromende rivier en een camera die niet waterdicht is.
In een van de laatste rapids is het dan toch zover. Ik incasseer een megagolf van een meter of 3 hoog en mijn voet schiet uit de lus die ervoor moet zorgen dat ik een beetje stevig op de rand blijf zitten. Het devies als je overboord slaat is om het touw aan de zijkant vast te houden totdat we in veiliger water zijn. Met mijn ogen dicht vind ik het touw maar dat kan niet voorkomen dat ik achterover in het water vlieg. Met een hand hang ik aan het touw, buiten de boot, met een sloot water in mijn ogen. Gek genoeg ben je heel je coördinatie kwijt op zo’n moment. Ik dacht dat ik achterover uit de raft sloeg, maar toen ik mijn ogen weer open kreeg, bleek dat ik aan de voorkant dreef. Mijn roeimaten hijsen me weer aan boord en we peddelen rustig verder naar het einde van de tocht.
Wat een superervaring!! De tijd is echt omgevlogen en met z’n allen zouden we graag de dag erna nog een keer willen… We proberen nog iets voor elkaar te krijgen doordat Rode Stier alias Lompe Koe ervoor heeft gezorgd dat we geen bewijsmateriaal hebben van onze heldendaden, maar helaas trapt de organisatie daar niet in.
Friday, February 13, 2009
dag 14: zondag 8 februari
Vandaag gaan we wandelen. Er liggen hier een aantal typisch Colombiaanse dorpjes in de buurt die bijna allemaal op de Colombiaanse lijst van monumenten staan. Ze bestaan smalle, steile weggetjes tegen de helling met aan beide zijden kleine huisjes van ongeveer 500 jaar oud.
In het dorpje drinken we een pilsje (het is tenslotte al bijna 1 uur) en kijken we een beetje rond op het dorpsplein. Grappig is dat hier een heleboel stenen voorzien zijn van fossielen. Het blijkt dat 19 miljoen jaar geleden dit gedeelte van “Colombia” onder de zeespiegel lag en dit is terug te zien aan de versteende afdrukken van schelpen, vissen en andere ondefinieerbare wezens…
In het dorpje drinken we een pilsje (het is tenslotte al bijna 1 uur) en kijken we een beetje rond op het dorpsplein. Grappig is dat hier een heleboel stenen voorzien zijn van fossielen. Het blijkt dat 19 miljoen jaar geleden dit gedeelte van “Colombia” onder de zeespiegel lag en dit is terug te zien aan de versteende afdrukken van schelpen, vissen en andere ondefinieerbare wezens…
Eigenlijk is het ook wel warm. Onderweg heb ik mijn t-shirt uitgedaan en over mijn schouders gehangen om de brandschade nog enigszins te beperken, maar tegen de tijd dat we in het dorp aankomen is het zeker een graad of 30. Eigenlijk hebben we ook geen zin om “dat hele eind” nog terug te lopen. In het winkeltje waar we een pilsje kopen, informeren we naar een bus terug naar het dorp waar we vandaan komen, maar deze blijkt pas 2.5 uur later te vertrekken. Beetje jammer, maar dan zullen we ons maar zolang moeten vermaken in dit uitgestorven gat. Of toch niet? Aan de overkant van het plein staat een wagen met een houten opbouw in de laadbak. Een soort antieke pick-up truck. Hector en Natalia checken waar deze naartoe gaat, want misschien hebben we geluk en kunnen we meerijden. En ja hoor, de bestemming is hetzelfde als de onze en we mogen achterin de laadbak plaatsnemen…samen met de rest van de familie van de chauffeur. Een paar minuten later zitten we met een man of 10 op een oud tweepersoons matras. M’n knieën in mijn nek, uitkijkend over de steile weg naar beneden (de truck rijdt omhoog). De familie heeft de grootste lol. Oma vertelt verhalen over dat ze al bijna 50 jaar getrouwd is met het enige varken op de boerderij. Er wordt hard gelachen door iedereen, behalve door mij natuurlijk want ik snap geen snars van het hele verhaal. Aan het einde van de rit duw ik al mijn ingewanden weer naar de juiste positie en ontvouw ik me uit de laadbak. Een paar peso’s voor de chauffeur, even vriendelijk zwaaien, en we zijn waar we moeten zijn.
’s Middags gaan we lunchen in een restaurantje dat gespecialiseerd is in gerechten met mieren. Dit werd ons aangeraden door de eigenaar van de hostel en hij vertelt dat dit een typische lekkernij uit deze regio is. Gefrituurde mieren… Qua formaat zijn ze denk ik ongeveer te vergelijken met een behoorlijke wesp of bij (pak de grootste maar) en qua smaak zijn ze vergelijkbaar met een stuk houtskool uit een geblust kampvuur. In al mijn gulheid sta ik mijn mieren af aan degenen die ze wel binnen kunnen houden.
Aan het einde van de middag gaan we op zoek naar een waterval van 70 meter hoog in de buurt. We volgen de routebeschrijving, een verharde weg het dorp uit. Na ongeveer 15 kilometer verandert het asfalt in een zandweg en weer een paar kilometer later verandert de zandweg in een soort hindernisbaan voor alles dat geen vierwielaandrijving heeft. We krijgen toch wel onze twijfels of deze weg ons leidt naar deze adembenemende toeristische attractie en onderweg vragen we de lokale bevolking of we wel echt op de goede weg zitten. Waterval? Hier? Nog nooit van gehoord! Eigenwijs als we zijn volgen we toch onze GPS en rijden verder. Een paar kilometer later vragen we het nogmaals en ook zij hebben nog nooit van een waterval gehoord. Ook al is de persoon die we het vragen laveloos bezopen, misschien toch maar goed om aan te nemen dat er dan ook echt geen waterval is… We draaien maar om, want het begint ook al donker te worden.
Die dronken mensen op zondagmiddag is trouwens een verhaal apart. Zondag is hier “pay day”. De arbeiders werken hier 6 dagen per week en op zondag worden ze uitbetaald voor het werk van de afgelopen week. De zondag bestaat voor hen uit het ’s ochtends naar de kerk gaan en misschien alvast in voren biechten, want vanuit de kerk gaat het direct door naar de kroeg. Hier wordt zo ongeveer het hele salaris dat niet nodig is voor voedsel er in een paar uur doorheen gezopen. Het resultaat is dat op het einde van de dag iedereen straalbezopen is, wat de sfeer er ook niet beter op maakt.
Het avondeten bestaat uit een overheerlijk stuk vlees van een straatbarbecue en we eindigen in een kroeg waar we maar weer een flesje rum burgemeester maken.
Tuesday, February 10, 2009
dag 13: zaterdag 7 februari
Een reisdag. We rijden van Santa Marta naar San Gil wat ongeveer net zover is als vanaf Eindhoven naar Zuid-Frankrijk. Om vier uur gaat de wekker en een uurtje later zit ik achter het stuur om het eerste gedeelte te rijden. Na 5 uur rijden wordt ik afgelost en neemt de volgende plaats achter het stuur. De rest van de dag bestaat uit een beetje slapen achterin de auto, wakker worden als het asfalt even plaats maakt voor zand en stenen, en prachtige uitzichten van de vallei waar we doorheen rijden. ’s Avonds laat komen we aan in San Gil, bij het hostel dat we de dag ervoor alvast betaald hebben.
Het hostel heeft ongeveer 10 kamers die allen bezet worden door back-packers. We krijgen een rondleiding langs onze kamers en de badkamer die we moeten delen met de overige gasten. Een badkamer heeft 1 kraan, war garant staat voor een koude douche en de tweede badkamer heeft een elektrische douchekop die, als je de kraan met voldoende gevoel behandelt, kan zorgen voor water dat net iets minder koud is.
De kamers zijn voorzien van minder luxe dan een Nederlandse cel in een gevangenis, maar gelukkig hoeven we hier alleen maar te slapen. Er staat een bed op en…oh nee, eigenlijk staat er alleen een bed. Onze deur is voorzien van een soort traliewerk aan de bovenzijde die zorgt voor de frisse lucht gedurende de nacht. Helaas komt er niet alleen frisse lucht maar ook geluid via dit gat naar binnen. Onze kamer bevindt zich op de begane grond, waar tevens de pokertafel, de computers en de hangmatten zich bevinden.
’s Avonds kunnen we live meegenieten van een gesprek via Skype tussen een van de back-packers en zijn vriendin, die in het Engels al hun relatieproblemen met de rest van het hostel delen. De jongen heeft een koptelefoon op en is zich duidelijk niet bewust van het feit dat hij nogal hard praat. Ze wil met hem naar bed, maar hij wil (nog) niet. Hij wil de relatie duurzaam opbouwen en hecht net zoveel waarde aan een goed gesprek als sex. Dit gaat zo ongeveer 2 uur door totdat een van de andere gasten er genoeg van heeft en hard op zijn deur bonst om te laten merken dat hij deze zaken maar moet bespreken als hij weer op minder dan 15000km afstand van haar is…
Het is 2 uur ’s nachts, de internetverbindingen worden afgesloten en dat biedt ons de mogelijkheid om ook even een uiltje te knappen.
Het hostel heeft ongeveer 10 kamers die allen bezet worden door back-packers. We krijgen een rondleiding langs onze kamers en de badkamer die we moeten delen met de overige gasten. Een badkamer heeft 1 kraan, war garant staat voor een koude douche en de tweede badkamer heeft een elektrische douchekop die, als je de kraan met voldoende gevoel behandelt, kan zorgen voor water dat net iets minder koud is.
De kamers zijn voorzien van minder luxe dan een Nederlandse cel in een gevangenis, maar gelukkig hoeven we hier alleen maar te slapen. Er staat een bed op en…oh nee, eigenlijk staat er alleen een bed. Onze deur is voorzien van een soort traliewerk aan de bovenzijde die zorgt voor de frisse lucht gedurende de nacht. Helaas komt er niet alleen frisse lucht maar ook geluid via dit gat naar binnen. Onze kamer bevindt zich op de begane grond, waar tevens de pokertafel, de computers en de hangmatten zich bevinden.
’s Avonds kunnen we live meegenieten van een gesprek via Skype tussen een van de back-packers en zijn vriendin, die in het Engels al hun relatieproblemen met de rest van het hostel delen. De jongen heeft een koptelefoon op en is zich duidelijk niet bewust van het feit dat hij nogal hard praat. Ze wil met hem naar bed, maar hij wil (nog) niet. Hij wil de relatie duurzaam opbouwen en hecht net zoveel waarde aan een goed gesprek als sex. Dit gaat zo ongeveer 2 uur door totdat een van de andere gasten er genoeg van heeft en hard op zijn deur bonst om te laten merken dat hij deze zaken maar moet bespreken als hij weer op minder dan 15000km afstand van haar is…
Het is 2 uur ’s nachts, de internetverbindingen worden afgesloten en dat biedt ons de mogelijkheid om ook even een uiltje te knappen.
dag 12: vrijdag 6 februari
Vroeg uit de veren vandaag. Om 6 uur gaat de wekker en maken we ons klaar voor de boottocht naar de flamingo’s. Na ongeveer een uurtje rijden komen we aan bij een dorpje dat bestaat uit 3 huizen, een bouwval van een schuur en een paar lamme Colombianen, die een beetje chillen in een hangmat in de schaduw. Dit is de vertrekplaats van de “boot” richting de flamingo’s. De boot is een uitgeholde moeraseik van ongeveer 500 jaar oud, met een diameter van 2 meter. Also known as: kano.
Onze kapitein is een indiaan, die is voortgekomen uit een indiaan van de ene stam en een indiaan van een andere stam. Resultaat: trouble! Hij vertelt dat hij een tijd terug door 3 indianen uit de ene stam het ziekenhuis is ingeslagen omdat hij verliefd is op een meisje. Maar omdat hij geen volbloed indiaan is, van een bepaalde tribe, wordt het niet toegestaan om zomaar te trouwen.
De kano wordt voortgestuwd op de manier zoals ook in Venetië wordt toegepast, en als we ver genoeg uit de kust zijn, wordt van een kano een zeilschip gemaakt. Er wordt een zeil uitgerold, dat bestaat uit aan elkaar genaaide zakken waar volgens mij het maïs in wordt vervoerd. Hieraan zijn 2 touwen bevestigd die ervoor zorgen dat we (lees: de halfbloed indiaan) ook nog een beetje kunnen sturen en na een uurtje varen zien we aan de horizon dan eindelijk een paar roze stipjes opdoemen. Onze kapitein stuurt ons behendig om de groep heen en we komen erg dichtbij totdat de groep besluit te gaan verkassen en opvliegt.
140 foto’s later zetten we de terugtocht in en gaan we op weg naar de schildpadden. Het verblijf van de schilpadden is een speciaal project dat op het moment dat wij aankomen net wordt gereinigd. Dit betekent dat de schildpadden in een soort uit de kluiten gewassen speciekuipen verblijven deze dag en voor mij niet veel aanleiding geven om hier foto’s van te maken.
De volgende stop na Santa Marta is een hostel in San Gil. Dit hebben we per e-mail gereserveerd, maar moet nog wel vooraf betaald worden om zeker te zijn van een slaapplaats. Dit hostel is aangesloten bij een keten, waarvan een dorp verderop ook een vestiging is. We stappen in de auto richting dit vissersdorp en na wat onverharde wegen en steile weggetjes, waarbij het zicht zich beperkt tot ongeveer 20 meter, komen we aan bij een back-packers hostel, boven op de heuvel.
Hier betalen we de eerste nacht en gaan we op zoek naar een restaurant om iets te eten. Aan de “boulevard” langs het strand zien we een pizzeria, en we bestellen de grootste pizza die maar te bestellen valt, met een doorsnede van ongeveer 50 centimeter. Terug in het appartement kom ik erachter dat ik in dit restaurant helaas mijn zonnebril heb laten liggen…
Straatverlichting kennen ze niet in dit gedeelte van de stad. De enige verlichting die de weg nog een beetje verlicht is die van het voetbalstadion. Geen hond te bekennen op het voetbalveld, de bevolking is hier straatarm, maaaarr…. Voetballen moet te allen tijde mogelijk zijn, dus deze verlichting brandt op volle toeren.
Onze kapitein is een indiaan, die is voortgekomen uit een indiaan van de ene stam en een indiaan van een andere stam. Resultaat: trouble! Hij vertelt dat hij een tijd terug door 3 indianen uit de ene stam het ziekenhuis is ingeslagen omdat hij verliefd is op een meisje. Maar omdat hij geen volbloed indiaan is, van een bepaalde tribe, wordt het niet toegestaan om zomaar te trouwen.
De kano wordt voortgestuwd op de manier zoals ook in Venetië wordt toegepast, en als we ver genoeg uit de kust zijn, wordt van een kano een zeilschip gemaakt. Er wordt een zeil uitgerold, dat bestaat uit aan elkaar genaaide zakken waar volgens mij het maïs in wordt vervoerd. Hieraan zijn 2 touwen bevestigd die ervoor zorgen dat we (lees: de halfbloed indiaan) ook nog een beetje kunnen sturen en na een uurtje varen zien we aan de horizon dan eindelijk een paar roze stipjes opdoemen. Onze kapitein stuurt ons behendig om de groep heen en we komen erg dichtbij totdat de groep besluit te gaan verkassen en opvliegt.
140 foto’s later zetten we de terugtocht in en gaan we op weg naar de schildpadden. Het verblijf van de schilpadden is een speciaal project dat op het moment dat wij aankomen net wordt gereinigd. Dit betekent dat de schildpadden in een soort uit de kluiten gewassen speciekuipen verblijven deze dag en voor mij niet veel aanleiding geven om hier foto’s van te maken.
De volgende stop na Santa Marta is een hostel in San Gil. Dit hebben we per e-mail gereserveerd, maar moet nog wel vooraf betaald worden om zeker te zijn van een slaapplaats. Dit hostel is aangesloten bij een keten, waarvan een dorp verderop ook een vestiging is. We stappen in de auto richting dit vissersdorp en na wat onverharde wegen en steile weggetjes, waarbij het zicht zich beperkt tot ongeveer 20 meter, komen we aan bij een back-packers hostel, boven op de heuvel.
Hier betalen we de eerste nacht en gaan we op zoek naar een restaurant om iets te eten. Aan de “boulevard” langs het strand zien we een pizzeria, en we bestellen de grootste pizza die maar te bestellen valt, met een doorsnede van ongeveer 50 centimeter. Terug in het appartement kom ik erachter dat ik in dit restaurant helaas mijn zonnebril heb laten liggen…
Straatverlichting kennen ze niet in dit gedeelte van de stad. De enige verlichting die de weg nog een beetje verlicht is die van het voetbalstadion. Geen hond te bekennen op het voetbalveld, de bevolking is hier straatarm, maaaarr…. Voetballen moet te allen tijde mogelijk zijn, dus deze verlichting brandt op volle toeren.
dag 11: donderdag 5 februari
Het is gaan stormen vannacht. We lagen in ons hangmatje, een beetje op en neer te wiegen op het ritme van de wind. Helaas heeft de wind geen ritme, dus het was vooral blijven liggen en proberen de dekens op z’n plaats te houden. Als de zon ons wakker maakt, blijkt dat het ontzettend regent. Gelukkig hebben we de dag ervoor “van hangmat gewisseld”. De hangmat waar ik oorspronkelijk in zou slapen is veranderd in een soort aquarium van waaruit het water naar beneden drupt. Eigenlijk komt het er op neer dat onze 4 hangmatten de enigen zijn die nog droog zijn.
Het is opvallend hoe een strand dat zo in een Bounty-reclame zou kunnen figureren, in 1 dag kan veranderen in een grauwe, grijze, trieste bedoeling. Het strand ligt vol met aangespoeld hout en zeewier en het zand is donkergrijs geworden van de troep die het strand op is geworpen. Hier zeggen ze: “from paradise to hell, in just one day”.
We pakken onze spullen in zodra het droog is, en verlaten het strand dat tot gisteren nog alles weg had van het paradijs op aarde. We lopen dezelfde weg terug als die ons 3 dagen eerder hier naartoe heeft geleid, en gelukkig kunnen we ook weer een paard vinden dat onze bagage door de blubber het oerwoud uit wil slepen. Drie dagen eerder zag het regenwoud eruit als een regenwoud. Een beetje Burgers Bush, maar dan écht! Nu is het pad veranderd in een blubberzooi van ongeveer 30 centimeter diep, waardoor de paarden zich een weg ploegen. Zelf proberen we zo goed en kwaad als het gaat een weg te vinden, en op een paar glijpartijen na, komen we redelijk ongeschonden uit de strijd.
Zodra we vanaf het strand het regenwoud in lopen, horen we vreemde geluiden hoog uit een boom. Hoog is hier overigens ook echt hoog, laten we zeggen een meter of 30 boven de grond. Bovenin de top van een palmboom zitten een paar kleine aapjes ruzie te maken. Aan het begin van het park hebben we een bord gezien waarop omschreven staat dat er een zeer zeldzame apensoort in dit gedeelte van het oerwoud leeft. Nou ja apen…eigenlijk zijn het aapjes. Ze zijn ongeveer 30 centimeter groot en als ze zouden luisteren, zouden ze reageren op: “Titi”. Deze apensoort wordt met uitsterven bedreigd en daarom uiteraard beschermd in dit gebied. We proberen met man en macht de beestjes vast te leggen op de gevoelige plaat, en misschien als ik mijn foto’s terugkijk en erg ver inzoom, ik er wel eentje uit kan halen. Ze springen van boom tot boom, zoals wellicht bekend uit de WNF-reclame (op de slow-motion na dan…)
We vervolgen onze weg richting de uitgang en onderweg vertelt een bagagekruier te paard ons dat het vanaf hier alleen nog maar erger wordt. Nog geen 2 minuten later komt er een karavaan van 3 paarden met bagage door de modder gestruind, richting de plek waar wij op dat moment spoorzoekertje aan het spelen zijn. Misschien goed om de ingrediënten van de modder iets wat nader toe te lichten. Het is een combinatie van zand, paardenpoep, ezelurine en water. Als je dit goed doorroert en even laat sudderen krijg je een vieze, grijze, zuigende massa, waar je dus liever niet mee in aanraking komt. De paarden hebben minder problemen met deze zooi en stampen vrolijk door. De spetters vliegen alle kanten op en wij kunnen nog net op tijd omhoog klimmen om het grootste gedeelte van de modderdouche te vermijden.
Een klein uurtje later zien we onze Volkswagen, die hier Colwagen heet, op de parkeerplaats staan en rijden we terug naar het appartement van de vriendin van de familie. Op de parkeerplaats hebben we de grootste rotzooi van onze voeten en benen gewassen, zodat we redelijk beschaafd het appartement betreden. Voor de volgende dag staat een boottocht op het programma, waarbij we op zoek gaan naar flamingo’s en schildpadden. Weltrusten…
Het is opvallend hoe een strand dat zo in een Bounty-reclame zou kunnen figureren, in 1 dag kan veranderen in een grauwe, grijze, trieste bedoeling. Het strand ligt vol met aangespoeld hout en zeewier en het zand is donkergrijs geworden van de troep die het strand op is geworpen. Hier zeggen ze: “from paradise to hell, in just one day”.
We pakken onze spullen in zodra het droog is, en verlaten het strand dat tot gisteren nog alles weg had van het paradijs op aarde. We lopen dezelfde weg terug als die ons 3 dagen eerder hier naartoe heeft geleid, en gelukkig kunnen we ook weer een paard vinden dat onze bagage door de blubber het oerwoud uit wil slepen. Drie dagen eerder zag het regenwoud eruit als een regenwoud. Een beetje Burgers Bush, maar dan écht! Nu is het pad veranderd in een blubberzooi van ongeveer 30 centimeter diep, waardoor de paarden zich een weg ploegen. Zelf proberen we zo goed en kwaad als het gaat een weg te vinden, en op een paar glijpartijen na, komen we redelijk ongeschonden uit de strijd.
Zodra we vanaf het strand het regenwoud in lopen, horen we vreemde geluiden hoog uit een boom. Hoog is hier overigens ook echt hoog, laten we zeggen een meter of 30 boven de grond. Bovenin de top van een palmboom zitten een paar kleine aapjes ruzie te maken. Aan het begin van het park hebben we een bord gezien waarop omschreven staat dat er een zeer zeldzame apensoort in dit gedeelte van het oerwoud leeft. Nou ja apen…eigenlijk zijn het aapjes. Ze zijn ongeveer 30 centimeter groot en als ze zouden luisteren, zouden ze reageren op: “Titi”. Deze apensoort wordt met uitsterven bedreigd en daarom uiteraard beschermd in dit gebied. We proberen met man en macht de beestjes vast te leggen op de gevoelige plaat, en misschien als ik mijn foto’s terugkijk en erg ver inzoom, ik er wel eentje uit kan halen. Ze springen van boom tot boom, zoals wellicht bekend uit de WNF-reclame (op de slow-motion na dan…)
We vervolgen onze weg richting de uitgang en onderweg vertelt een bagagekruier te paard ons dat het vanaf hier alleen nog maar erger wordt. Nog geen 2 minuten later komt er een karavaan van 3 paarden met bagage door de modder gestruind, richting de plek waar wij op dat moment spoorzoekertje aan het spelen zijn. Misschien goed om de ingrediënten van de modder iets wat nader toe te lichten. Het is een combinatie van zand, paardenpoep, ezelurine en water. Als je dit goed doorroert en even laat sudderen krijg je een vieze, grijze, zuigende massa, waar je dus liever niet mee in aanraking komt. De paarden hebben minder problemen met deze zooi en stampen vrolijk door. De spetters vliegen alle kanten op en wij kunnen nog net op tijd omhoog klimmen om het grootste gedeelte van de modderdouche te vermijden.
Een klein uurtje later zien we onze Volkswagen, die hier Colwagen heet, op de parkeerplaats staan en rijden we terug naar het appartement van de vriendin van de familie. Op de parkeerplaats hebben we de grootste rotzooi van onze voeten en benen gewassen, zodat we redelijk beschaafd het appartement betreden. Voor de volgende dag staat een boottocht op het programma, waarbij we op zoek gaan naar flamingo’s en schildpadden. Weltrusten…
dag 10: woensdag 4 februari
Na een onrustige nacht worden we wakker in het paradijs met een met een ochtendzonnetje op ons gezicht. Het ontbijt bestaat uit een soort cementachtige havermoutenpap, die we hebben meegenomen, samen met een pak melkpoeder. Ik krijg mijn kaken zo ongeveer niet meer van elkaar na de eerste hap, maar ik heb zo’n honger dat ik mijn bordje toch maar leeg eet.
Na dit feestmaal gaan we op stap richting een indianendorp dat tot voor 500 jaar geleden werd bewoond door zo’n 2000 indianen. Het dorp ligt bovenop de top van een van de heuvels in het park en het pad er naartoe bestaat uit een soort trap van rotsen dat zo’n 1500 jaar geleden door diezelfde indianen is aangelegd. Ik geloof dat de waterpas toen nog niet was uitgevonden en na een zware klim komen we aan bij een terrassencomplex waarop vroeger de hutten van deze Tayrone-indianen stonden.
De terrassen hebben een erg belangrijke functie in deze cultuur. Het water komt namelijk uit de top van de berg naar beneden gestroomd en deze terrassen zorgen ervoor dat iedereen het water krijgt waar hij recht op heeft. Een ingenieus systeem zorgt ervoor dat het water zich een weg naar beneden cirkelt totdat het laatste terras is bereikt. Op de bovenste etage van dit prehistorisch appartementencomplex woont de chief van de stam. Hij is de belangrijkste persoon van de “tribe” en heeft daarom recht op het meeste en het schoonste water. Naarmate het water zich een weg naar beneden zoekt, worden de indianen minder belangrijk en onderaan woonden de randgroep jongeren van deze stam. Zij hebben het moeten doen met het afvalwater van ongeveer 2000 anderen.
Na een zware afdaling over deze zelfde prehistorische trap, bij een graadje of 30, zijn we wel toe aan een lekker frisse douche. Helaas blijkt dat bij aankomst op de camping dat het water “op” is. Jawel, ook dat kan gebeuren. De douche wordt daarom verplaatst naar een stroompje dat in de zee uitkomt en een paar minuten later staan we, zoals de indianen 1000 jaar geleden, meet een stukje zeep tot onze knieën in het water, ons zo goed en zo kwaad als het gaat een beetje te wassen.
Het avondprogramma bestaat uit rum met 7up, beetje kletsen en zorgen dat alles voorbereidingen voor de nacht zijn getroffen voordat het donker wordt. Donker is hier ook echt donker. Geen straatlantaarns, geen reclameborden, slechts een kaars die ervoor moet zorgen dat ik met een beetje gevoel, mijn lenzen in het lenzendoosje krijg en mijn oogjes kan sluiten voor een volgende nacht in een hangmat.
Na dit feestmaal gaan we op stap richting een indianendorp dat tot voor 500 jaar geleden werd bewoond door zo’n 2000 indianen. Het dorp ligt bovenop de top van een van de heuvels in het park en het pad er naartoe bestaat uit een soort trap van rotsen dat zo’n 1500 jaar geleden door diezelfde indianen is aangelegd. Ik geloof dat de waterpas toen nog niet was uitgevonden en na een zware klim komen we aan bij een terrassencomplex waarop vroeger de hutten van deze Tayrone-indianen stonden.
De terrassen hebben een erg belangrijke functie in deze cultuur. Het water komt namelijk uit de top van de berg naar beneden gestroomd en deze terrassen zorgen ervoor dat iedereen het water krijgt waar hij recht op heeft. Een ingenieus systeem zorgt ervoor dat het water zich een weg naar beneden cirkelt totdat het laatste terras is bereikt. Op de bovenste etage van dit prehistorisch appartementencomplex woont de chief van de stam. Hij is de belangrijkste persoon van de “tribe” en heeft daarom recht op het meeste en het schoonste water. Naarmate het water zich een weg naar beneden zoekt, worden de indianen minder belangrijk en onderaan woonden de randgroep jongeren van deze stam. Zij hebben het moeten doen met het afvalwater van ongeveer 2000 anderen.
Na een zware afdaling over deze zelfde prehistorische trap, bij een graadje of 30, zijn we wel toe aan een lekker frisse douche. Helaas blijkt dat bij aankomst op de camping dat het water “op” is. Jawel, ook dat kan gebeuren. De douche wordt daarom verplaatst naar een stroompje dat in de zee uitkomt en een paar minuten later staan we, zoals de indianen 1000 jaar geleden, meet een stukje zeep tot onze knieën in het water, ons zo goed en zo kwaad als het gaat een beetje te wassen.
Het avondprogramma bestaat uit rum met 7up, beetje kletsen en zorgen dat alles voorbereidingen voor de nacht zijn getroffen voordat het donker wordt. Donker is hier ook echt donker. Geen straatlantaarns, geen reclameborden, slechts een kaars die ervoor moet zorgen dat ik met een beetje gevoel, mijn lenzen in het lenzendoosje krijg en mijn oogjes kan sluiten voor een volgende nacht in een hangmat.
Thursday, February 5, 2009
dag 9: dinsdag 3 februari
Vandaag staat dag 1 van Parque Tayrona op het programma. We zullen hier 3 dagen doorbrengen aan de Caribische kust en slapen in een hangmat (budgetvakantie). Parque Tayrona is een natuurreservaat waar de Tayrona Indianen oorspronkelijk woonden. We rijden naar de parkeerplaats op het natuurpark en bij de poort moeten we entree betalen.
$31.000 voor een buitenlander en $11.000 voor een Colombiaan. Ook al is een Colombiaanse peso erg weinig waard ($31.000 = €10), Nederlands als we zijn proberen we met onze blonde haren en blauwe ogen toch als Colombiaan te worden toegelaten. De man aan de poort trapt daar uiteraard niet in, want hij controleert elke auto van binnen en selecteert duidelijk op uiterlijk van de inzittenden. “dos Colombia en dos buitenlander” roept hij naar de caissière en we moeten gewoon de volle mep betalen.
Vanaf de parkeerplaats is het ongeveer een uur lopen naar de plaats waar we de eerste nacht door zullen brengen. We hebben alle spullen zo eerlijk mogelijk verdeeld over de rugzakken en zijn klaar voor de tocht. Een uur wandelen lijkt een eitje, maar door de jungle loopt een pad dat continu door draagezels wordt gebruikt voor het vervoeren van spullen. Dit in combinatie met een luchtvochtigheid van ongeveer 90%, zorgt ervoor dat het “pad” eigenlijk een soort uitgesleten koof is, gevuld met een laag modder van ongeveer 30 centimeter diep.
Gepakt en gezakt staan we klaar bij het bord waarop een beschrijving van het park staat en onze route begint. Naast dit bord staat tevens een stal gevuld met ezels en paarden, die blijkbaar te huur zijn. Na een beetje navraag blijkt dat zo’n beest je spullen voor $16.000 (iets meer dan €5), naar de andere kant van het park sjouwt. Hier hoeven we natuurlijk niet lang over te vergaderen en kort daarna staat er een paard met hierop twee juten zakken met hierin al onze spullen klaar om voor ons uit te lopen. Zijn begeleider jaagt hem de rimboe in en het paard volgt trouw zijn collega’s die met twee lokale inwoners tevens dezelfde kant op moeten.
We proberen een weg te vinden langs de zijkanten van deze moddertoestand, om zo schoon mogelijk aan te komen. Een schitterend park, echt zoals ik me een jungle had voorgesteld en zoals op tv altijd wordt laten zien. Een beetje Burgers Zoo, maar dan echt… Bomen met een doorsnede van meer dan 2 meter, hoger dan een gemiddelde flat in Nederland. Vlinders zo groot als mijn hand en geluiden van vogels, apen en niet herkenbare andere beesten maken de tocht voor mij echt tot een geweldige ervaring.
Na iets meer dan een uur komen we aan in het eerste kamp waar we van plan waren de nacht door te brengen en van waaruit we de volgende dag verder zouden lopen. Doe even je ogen dicht en zie het volgende voor je: een wit strand, een helder blauwe zee, palmbomen van 20 meter hoog en dit alles aan de rand van een oerwoud van duizenden jaren oud. Zo ziet de kust van Parque Tayrona eruit. Do I need to say more??
We besluiten over het strand verder te lopen naar het tweede kamp. Helaas ging de bagage maar tot het eerste kamp, althans het paard dat het droeg, dus vanaf hier moeten we het zelf verder sjouwen. Het zand van het strand is ongeveer een graadje of 50 door de zon, dus de kunst is om zo snel mogelijk met bagage op je rug naar de zee te rennen, voor wat verkoeling aan de voetzolen.
Onderweg gooien we rugzakken even van ons af en nemen een frisse duik in de oceaan. Vanaf hier is het nog maar 15 minuten lopen naar de camping waar we in een hangmat zullen huren voor 2 nachten.
Op de camping staan een paar hutten waarin hangmatten hangen. Een typische plek voor back packers die er dan ook in grote getale aanwezig zijn. Ongeveer 50 meter uit de kust steekt een rotsenpartij boven het water uit, en op de top hiervan is een soort kiosk gebouwd. Ook hierin hangen hangmatten die tevens te huur zijn, maar daarvoor moet je $3.000 (€1) extra betalen. 10 minuten later liggen we dan in ons hangmatje uitkijkend over de oceaan te genieten van een plastic bekertje rum-7up.
$31.000 voor een buitenlander en $11.000 voor een Colombiaan. Ook al is een Colombiaanse peso erg weinig waard ($31.000 = €10), Nederlands als we zijn proberen we met onze blonde haren en blauwe ogen toch als Colombiaan te worden toegelaten. De man aan de poort trapt daar uiteraard niet in, want hij controleert elke auto van binnen en selecteert duidelijk op uiterlijk van de inzittenden. “dos Colombia en dos buitenlander” roept hij naar de caissière en we moeten gewoon de volle mep betalen.
Vanaf de parkeerplaats is het ongeveer een uur lopen naar de plaats waar we de eerste nacht door zullen brengen. We hebben alle spullen zo eerlijk mogelijk verdeeld over de rugzakken en zijn klaar voor de tocht. Een uur wandelen lijkt een eitje, maar door de jungle loopt een pad dat continu door draagezels wordt gebruikt voor het vervoeren van spullen. Dit in combinatie met een luchtvochtigheid van ongeveer 90%, zorgt ervoor dat het “pad” eigenlijk een soort uitgesleten koof is, gevuld met een laag modder van ongeveer 30 centimeter diep.
Gepakt en gezakt staan we klaar bij het bord waarop een beschrijving van het park staat en onze route begint. Naast dit bord staat tevens een stal gevuld met ezels en paarden, die blijkbaar te huur zijn. Na een beetje navraag blijkt dat zo’n beest je spullen voor $16.000 (iets meer dan €5), naar de andere kant van het park sjouwt. Hier hoeven we natuurlijk niet lang over te vergaderen en kort daarna staat er een paard met hierop twee juten zakken met hierin al onze spullen klaar om voor ons uit te lopen. Zijn begeleider jaagt hem de rimboe in en het paard volgt trouw zijn collega’s die met twee lokale inwoners tevens dezelfde kant op moeten.
We proberen een weg te vinden langs de zijkanten van deze moddertoestand, om zo schoon mogelijk aan te komen. Een schitterend park, echt zoals ik me een jungle had voorgesteld en zoals op tv altijd wordt laten zien. Een beetje Burgers Zoo, maar dan echt… Bomen met een doorsnede van meer dan 2 meter, hoger dan een gemiddelde flat in Nederland. Vlinders zo groot als mijn hand en geluiden van vogels, apen en niet herkenbare andere beesten maken de tocht voor mij echt tot een geweldige ervaring.
Na iets meer dan een uur komen we aan in het eerste kamp waar we van plan waren de nacht door te brengen en van waaruit we de volgende dag verder zouden lopen. Doe even je ogen dicht en zie het volgende voor je: een wit strand, een helder blauwe zee, palmbomen van 20 meter hoog en dit alles aan de rand van een oerwoud van duizenden jaren oud. Zo ziet de kust van Parque Tayrona eruit. Do I need to say more??
We besluiten over het strand verder te lopen naar het tweede kamp. Helaas ging de bagage maar tot het eerste kamp, althans het paard dat het droeg, dus vanaf hier moeten we het zelf verder sjouwen. Het zand van het strand is ongeveer een graadje of 50 door de zon, dus de kunst is om zo snel mogelijk met bagage op je rug naar de zee te rennen, voor wat verkoeling aan de voetzolen.
Onderweg gooien we rugzakken even van ons af en nemen een frisse duik in de oceaan. Vanaf hier is het nog maar 15 minuten lopen naar de camping waar we in een hangmat zullen huren voor 2 nachten.
Op de camping staan een paar hutten waarin hangmatten hangen. Een typische plek voor back packers die er dan ook in grote getale aanwezig zijn. Ongeveer 50 meter uit de kust steekt een rotsenpartij boven het water uit, en op de top hiervan is een soort kiosk gebouwd. Ook hierin hangen hangmatten die tevens te huur zijn, maar daarvoor moet je $3.000 (€1) extra betalen. 10 minuten later liggen we dan in ons hangmatje uitkijkend over de oceaan te genieten van een plastic bekertje rum-7up.
dag 8: maandag 2 februari
Vandaag staat een bezoek aan de lokale watervallen op het programma. Deze liggen in het midden van een natuurpark en er wordt geadviseerd schoenen aan te doen die nat mogen worden, want delen van het pad lopen door de rivier. Die laatste zin kan tevens gelezen worden als: er is geen pad en dan loop je door het water makkelijker dan door de jungle.
De expeditie bestaat uit (uiteraard) het vaste team, maar wordt voor deze missie uitgebreid met 4 andere personen. De vriendin van de familie, inclusief moeder en twee vriendinnen en als klap op de vuurpijl: de oma(!!) van de vriendin. De leeftijd van de vriendin schat ik ongeveer op 40. Dat betekent dat de moeder en haar vriendinnen ongeveer 65 à 70 zullen zijn, en van de oma hoorden we dat ze 93 lentes jong is. Misschien goed om met deze informatie nogmaals de eerste alinea te lezen…
Op de parkeerplaats aangekomen worden voor deze ontdekkingtocht alle thermoskannen, schoudertassen en handdoeken uitgeladen en opgetast. Nadat de spullen zo eerlijk mogelijk zijn verdeeld kunnen we aan de eerste hindernis beginnen. Het pad begint namelijk aan de overkant van de rivier. Oma begint samen met kleindochter als eerste aan de oversteek. De rivier is eigenlijk maar een klein beekje dat vergeleken kan worden met de Dommel, maar dan met helder water. Stapvoets gaan de proefkonijnen naar de overkant. Met dit tempo heb ik mijn twijfels of we de waterval ooit voor het donker gaan halen, laat staan dat we ’s avonds thuis eten.
Als iedereen in 5 passen aan de overkant staat, duurt het niet lang of onoverwinnelijke oma heeft samen met kleindochter een aanzienlijke achterstand opgelopen op de rest van de expeditie. Kort daarop besluiten ze dan ook maar om te draaien, met als resultaat dat we nu nog maar 3 dames tussen de 60 en 70 op sleeptouw hoeven te nemen.
Na een uurtje rustig wandelen komen we bij een waterval die in etappes over de bergwand naar beneden komt. We slaan het basiskamp op aan de voet van de waterval en een aantal verkenners besluiten de waterval van hogerop te gaan bekijken. We klimmen naar boven en ongeveer halverwege de waterval zijn een paar uitgesleten plaatsen (9 meter diep) waarin gezwommen kan worden. De grootste helden besluiten een duikje te nemen in het ijskoude water, en na een uurtje poedelen beginnen we met de aftocht richting basiskamp.
Hier hebben de 3 bejaarden inmiddels een en ander aan versnaperingen te voorschijn gehaald, en zowaar wordt er zelfs een fles rum-7up doorgegeven. Na deze borrel begint een van de bejaarden zelfs te praten! Nou ja, in het Engels dan. Spaans deden ze al, maar goed, omdat dat van mij niet op voldoende niveau is om een fatsoenlijk gesprek te voeren, wordt er niet veel met mij gesproken. Totdat de rum uit de tas komt. Een van de dames vertelt dat ze…nou ja, eigenlijk is het helemaal niet interessant.
De expeditie bestaat uit (uiteraard) het vaste team, maar wordt voor deze missie uitgebreid met 4 andere personen. De vriendin van de familie, inclusief moeder en twee vriendinnen en als klap op de vuurpijl: de oma(!!) van de vriendin. De leeftijd van de vriendin schat ik ongeveer op 40. Dat betekent dat de moeder en haar vriendinnen ongeveer 65 à 70 zullen zijn, en van de oma hoorden we dat ze 93 lentes jong is. Misschien goed om met deze informatie nogmaals de eerste alinea te lezen…
Op de parkeerplaats aangekomen worden voor deze ontdekkingtocht alle thermoskannen, schoudertassen en handdoeken uitgeladen en opgetast. Nadat de spullen zo eerlijk mogelijk zijn verdeeld kunnen we aan de eerste hindernis beginnen. Het pad begint namelijk aan de overkant van de rivier. Oma begint samen met kleindochter als eerste aan de oversteek. De rivier is eigenlijk maar een klein beekje dat vergeleken kan worden met de Dommel, maar dan met helder water. Stapvoets gaan de proefkonijnen naar de overkant. Met dit tempo heb ik mijn twijfels of we de waterval ooit voor het donker gaan halen, laat staan dat we ’s avonds thuis eten.
Als iedereen in 5 passen aan de overkant staat, duurt het niet lang of onoverwinnelijke oma heeft samen met kleindochter een aanzienlijke achterstand opgelopen op de rest van de expeditie. Kort daarop besluiten ze dan ook maar om te draaien, met als resultaat dat we nu nog maar 3 dames tussen de 60 en 70 op sleeptouw hoeven te nemen.
Na een uurtje rustig wandelen komen we bij een waterval die in etappes over de bergwand naar beneden komt. We slaan het basiskamp op aan de voet van de waterval en een aantal verkenners besluiten de waterval van hogerop te gaan bekijken. We klimmen naar boven en ongeveer halverwege de waterval zijn een paar uitgesleten plaatsen (9 meter diep) waarin gezwommen kan worden. De grootste helden besluiten een duikje te nemen in het ijskoude water, en na een uurtje poedelen beginnen we met de aftocht richting basiskamp.
Hier hebben de 3 bejaarden inmiddels een en ander aan versnaperingen te voorschijn gehaald, en zowaar wordt er zelfs een fles rum-7up doorgegeven. Na deze borrel begint een van de bejaarden zelfs te praten! Nou ja, in het Engels dan. Spaans deden ze al, maar goed, omdat dat van mij niet op voldoende niveau is om een fatsoenlijk gesprek te voeren, wordt er niet veel met mij gesproken. Totdat de rum uit de tas komt. Een van de dames vertelt dat ze…nou ja, eigenlijk is het helemaal niet interessant.
dag 7: zondag 1 februari
Vandaag staan we op tijd op in Barranquilla. Het is de bedoeling dat we om half tien vertrekken, op weg naar een moddervulkaan. Met de nadruk op de bedoeling, want op vakantie is de planning ervoor om vanaf te wijken. Een klein uurtje later zitten we dan toch allemaal gepakt en gezakt in de auto om te vertrekken. Dit is een bijna dagelijks terugkerend drama, waarbij 5 koffers in de kofferbak van een Volkswagen Jetta (nieuw model) gepropt moeten worden. Omdat we rondreizen beleven we dit feest bijna dagelijks, maar naarmate het aantal dagen dat we onderweg zijn toeneemt, geldt dit ook voor de ervaring en snelheid waarmee dagelijks de koffers met een paar soepele bewegingen in de laadruimte verdwijnen.
Een klein uurtje later arriveren we bij “de moddervulkaan”. Een zandpad vanaf de hoofdweg leidt naar een grote bult opgedroogde prut van ongeveer 15 meter hoog. Op het eerste gezicht is het maar een “vulkaantje”, maar misschien was het beeld dat ik hiervan had dan ook wel niet helemaal realistisch.
Goed, zelfs voor deze opgedroogde uit de kluiten gewassen molshoop durven ze hier entree te vragen. En niet alleen dat. Slippers mogen niet mee naar boven, daar hebben ze iemand voor (die betaald moet worden), foto’s kun je zelf niet maken, dus daar hebben ze iemand voor, juist, die betaald moet worden. Als je wilt kun je je zelfs na dit modderbad in de rivier door een vrouwtje laten wassen voor een paar peso’s. Het is wel grappig op zich, want de prijzen vallen erg mee in verhouding tot wat wij in Europa gewend zijn. Toegang tot deze attractie: €1.75, slipperbewaking: €0.50, pilsje achteraf: €1,00, hoeveelheid plezier: (afgezaagd maar waar) onbetaalbaar!!
Goed, we gaan dus op zoek naar het kleedhokje en gelukkig is dit het bouwval direct naast de kassa. De kassier doet trouwens tevens dienst als lockerroom, hij schuift simpelweg zijn stoel iets meer naar links als er weer een tas bijkomt. Onze slippers leveren we onderaan de trap van de vulkaan in bij een jongen die eigenlijk op school had moeten zitten, gezien zijn leeftijd. Ik schat hem een jaar of twaalf en in plaats van in de schoolbanken te zitten, loopt hij de hele dag rond met een tas vol met slippers van de mensen die de attractie naast zijn woning bezoeken.
Bovenaan de trap staan twee grijze moddermonsters ons op te wachten. Zij begeleiden ons via een trapje naar de “krater” van de vulkaan, waar op dat moment al een paar meer moddermonsters tot rust aan het komen zijn. Ellen is de eerste die de “sprong in het diepe” waagt. Een sprong kun je het niet noemen, maar diep is het wel. De modder is zo dik dat je er nauwelijks inzakt. Na 2 treden houdt het trapje op, dus moet je er maar op vertrouwen dat er niks vreemds gebeurt als je je verder naar beneden laat zakken. De twee moddermonsters liggen inmiddels in het midden van de poel klaar om je op te vangen en naar je plaatsje te transporteren. Iets dat ook maar in de buurt van zwemmen komt, is niet mogelijk in deze stroperige substantie, dus eenmaal op je plek, is het een kwestie van relaxen.
Een klein uurtje later arriveren we bij “de moddervulkaan”. Een zandpad vanaf de hoofdweg leidt naar een grote bult opgedroogde prut van ongeveer 15 meter hoog. Op het eerste gezicht is het maar een “vulkaantje”, maar misschien was het beeld dat ik hiervan had dan ook wel niet helemaal realistisch.
Goed, zelfs voor deze opgedroogde uit de kluiten gewassen molshoop durven ze hier entree te vragen. En niet alleen dat. Slippers mogen niet mee naar boven, daar hebben ze iemand voor (die betaald moet worden), foto’s kun je zelf niet maken, dus daar hebben ze iemand voor, juist, die betaald moet worden. Als je wilt kun je je zelfs na dit modderbad in de rivier door een vrouwtje laten wassen voor een paar peso’s. Het is wel grappig op zich, want de prijzen vallen erg mee in verhouding tot wat wij in Europa gewend zijn. Toegang tot deze attractie: €1.75, slipperbewaking: €0.50, pilsje achteraf: €1,00, hoeveelheid plezier: (afgezaagd maar waar) onbetaalbaar!!
Goed, we gaan dus op zoek naar het kleedhokje en gelukkig is dit het bouwval direct naast de kassa. De kassier doet trouwens tevens dienst als lockerroom, hij schuift simpelweg zijn stoel iets meer naar links als er weer een tas bijkomt. Onze slippers leveren we onderaan de trap van de vulkaan in bij een jongen die eigenlijk op school had moeten zitten, gezien zijn leeftijd. Ik schat hem een jaar of twaalf en in plaats van in de schoolbanken te zitten, loopt hij de hele dag rond met een tas vol met slippers van de mensen die de attractie naast zijn woning bezoeken.
Bovenaan de trap staan twee grijze moddermonsters ons op te wachten. Zij begeleiden ons via een trapje naar de “krater” van de vulkaan, waar op dat moment al een paar meer moddermonsters tot rust aan het komen zijn. Ellen is de eerste die de “sprong in het diepe” waagt. Een sprong kun je het niet noemen, maar diep is het wel. De modder is zo dik dat je er nauwelijks inzakt. Na 2 treden houdt het trapje op, dus moet je er maar op vertrouwen dat er niks vreemds gebeurt als je je verder naar beneden laat zakken. De twee moddermonsters liggen inmiddels in het midden van de poel klaar om je op te vangen en naar je plaatsje te transporteren. Iets dat ook maar in de buurt van zwemmen komt, is niet mogelijk in deze stroperige substantie, dus eenmaal op je plek, is het een kwestie van relaxen.
Na een uurtje in de grijze drek vertoeft te hebben, wordt het tijd om aan deze schoonheidsbehandeling een einde te maken. Door zo hard mogelijk aan de zijkant af te zetten richting het trapje, lukt het bijna hier zonder hulp te komen. Eenmaal bij het trapje is het de kunst om met alles waarmee je ín bad ging, er ook weer úit te komen…zoals bijvoorbeeld een zwembroek. Alles zit vol modder, en daardoor ben je dus meteen een kilo of 20 zwaarder. Daar is de elastieken band bovenin mijn zwembroek niet helemaal op berekend, dus ik probeer met een hand te voorkomen dat ik in mijn blote kont boven op een vulkaan sta. De rest van de modder wassen we van ons af in de rivier, en we eindigen deze alternatieve kuuroordsessie met een koud pilsje in de schaduw onder aan de voet van de vulkaan.
Voor het tweede deel van de dag staat de reis naar Santa Marta op het programma. We slapen hier bij een vriendin van de familie en komen hier in de loop van de avond aan. Even het bedje opmaken en snurken met die hap…
Voor het tweede deel van de dag staat de reis naar Santa Marta op het programma. We slapen hier bij een vriendin van de familie en komen hier in de loop van de avond aan. Even het bedje opmaken en snurken met die hap…
Sunday, February 1, 2009
dag 6: zaterdag 31 januari
Net als bij ons vieren ze hier Carnaval. Net als bij ons doen ze dat met een optocht en net als bij ons begint dat een aantal weken van te voren. Dat zijn dan ook meteen de enige overeenkomsten met ons Carnaval, want qua uiterlijke vertoning zijn de overeenkomsten ver te zoeken. Hier geen mafketels in maffe pakken met een dikke winterjas er overheen, maar vrolijk zomers uitgedoste groepen die ook echt kunnen dansen…
Wij gaan in Baranquilla kijken naar een pre-Carnavalsoptocht. Na het hele schouwspel gezien te hebben, vraag ik me af hoe de daadwerkelijke optocht er wel niet uit moet zien als dit pas een voorproefje is. We zitten vooraan op een terras waarbij plaatsen voor ons zijn vrijgehouden door een vriendin van Natalia. Als we aankomen staat de whisky al op tafel, maar wij besluiten toch maar even eerst een pizza naar binnen te werken om een beetje maagvulling te hebben.
’s Avonds slapen we bij een vriendin van Natalia thuis, waarbij met een beetje gegoochel met matrassen iedereen een plekje vindt. Luiken dicht want over 4 uurtjes gaat de wekker alweer…
Wij gaan in Baranquilla kijken naar een pre-Carnavalsoptocht. Na het hele schouwspel gezien te hebben, vraag ik me af hoe de daadwerkelijke optocht er wel niet uit moet zien als dit pas een voorproefje is. We zitten vooraan op een terras waarbij plaatsen voor ons zijn vrijgehouden door een vriendin van Natalia. Als we aankomen staat de whisky al op tafel, maar wij besluiten toch maar even eerst een pizza naar binnen te werken om een beetje maagvulling te hebben.
’s Avonds slapen we bij een vriendin van Natalia thuis, waarbij met een beetje gegoochel met matrassen iedereen een plekje vindt. Luiken dicht want over 4 uurtjes gaat de wekker alweer…
dag 5: vrijdag 30 januari
Dag 5: vrijdag 30 januari
’s Ochtends vertrekken Hector, Ellen en ik voor nog een cultureel uitstapje naar een van de belangrijkste verdedigingsbolwerken van Cartagena: San Felipe Castle. Een fort uit “de jaren stillekes” dat ervoor moest zorgen dat de stad Cartagena bewaard bleef van Piet Piraat.
Het is al vroeg warm en dus besluiten we maar een taxi te nemen naar het fort, dat aan de andere kant van de stad ligt. Ook omdat het gewoon vakantie is, en je dus moet doen waar je zin in hebt, en vooral niet waar je geen zin in hebt. Het grappige van de taxi’s is dat je vooraf een prijs afspreekt voor de geplande reis. Dat wil dus zeggen: afdingen voordat je instapt, anders betaal je gegarandeerd teveel. Hector is erg bekwaam in dit spelletje, dus eerst gaat de deur open, vervolgens wordt er wat gepraat en gaat de deur weer half dicht, om te doen alsof we het te duur vinden. Als de prijs door onze financiële waakhond is goedgekeurd, krijgen we het knikje en kunnen we instappen.
Vaak betreft een het kleine Hyundai, fel geel en compleet afgeragd. Ik zit rechts achterin en houd voor de zekerheid mijn arm uit het raam half op het dak, om de deur dicht te houden. De rijstijl van de taxichauffeurs lijkt overal in Colombia hetzelfde. Dat betekent: niet afremmen voor een bocht, een hand aan het stuur en de andere op de claxon.
Als we veilig bij het fort zijn gearriveerd, moet er ook nog even ontbeten worden. We gaan voor een traditionele Arepa, het pannekoekgevalletje waar ik de eerste dag ook over vertelde. Het lijkt erop dat deze Arepa’s niet van vandaag zijn, en ik vermoed zelfs niet van gisteren. Maar goed, we moeten toch een paar calorieën binnenkrijgen en met een flesje water erbij is het best weg te krijgen.
Bovenin het fort lijkt het ons een goed idee om een toer te doen onder begeleiding van een gids. Na wat zoeken hebben we iemand gevonden die als een soort uitzendbureau van gidsen fungeert. Deze dame zit in de schaduw van een middeleeuwse muur met een MP3 speler op de oortjes een beetje “rustig aan” te doen: oogjes dicht, zonnebrilletje op. We (lees: Hector) spreken haar aan, om te informeren of zij wellicht een gids weet. En ja hoor, ze blijkt er wel een te kennen die bereid is ons rond te leiden. Ze staat op, schreeuwt een paar worden naar de voet van de berg, en jawel, er lijkt iets te gebeuren. Er staat een grote, zwarte man op, die absoluut geen plezier lijkt te hebben in zijn werk, want over dezelfde route als die wij in 2 minuten afleggen van beneden naar boven, doet hij ongeveer 10 minuten. Stapje voor stapje, af en toe tegen wat mensen aankletsen, even uitrusten en dan toch maar weer doorslenterend, komt hij uiteindelijk boven aan. Daar vraagt hij aan de vrouw wat hij nou eigenlijk boven moet komen doen en ze vertelt dat “die drie daar” een rondleiding willen.
Hij komt naar ons toe en deelt mee dat hij eerst even 10 minuten bij wil komen, omdat we hem gestoord hebben tijdens zijn lunchpauze. Op de een of andere mysterieuze manier heeft hij opgemerkt dat ik geen Colombiaan ben, en besluit daarom toch vrolijk in het Spaans tegen mij aan te kletsen. Zijn tweede vraag is of ik Spaans spreek (misschien had hij dat eerst moeten vragen) en nadat ik heb uitgelegd dat ik Engels net iets beter beheers dan Spaans (100 tegen 1) kletst hij vrolijk verder in het Spaans… Hij stelt allerlei vragen, maar na 3 seconden zie ik de lol er niet meer van in en dat ziet hij (dat dan weer wel). Onze betrouwbare kasbeheerder duikt weer direct de onderhandelingen in, om een scherpe prijs met de gemotiveerde gids af te spreken.
Na de laatste pareltjes van zijn voorhoofd te hebben gepoetst, besluit hij toch maar met zijn verhaal te beginnen. Hij was net op tijd, want we waren al onderweg om ons bij een andere groep aan te sluiten. Hij begint te vertellen: “MY name is Antoine, and I am a nice GUY.” (Noot: alle woorden met hoofdletters, moeten met dubbel volume uitgesproken worden.)
Het fort bestaat onder andere uit een gigantisch gangenstelsel dat oorspronkelijk duidelijk niet bedoeld is voor mensen met mijn lengte. Het gangenstelsel leidt vanuit de top van de heuvel helemaal naar beneden, totdat water de gang in komt gestroomd. Hij vertelt dat we nu onder zeeniveau zitten en dat dit het grondwater is dat omhoog wordt gestuwd. Best een aparte ervaring als je weet dat deze gangen klein, vochtig en donker zijn, en de enige uitweg op dit moment wordt versperd door een grote, slome gids die eigenlijk liever op het strand had willen blijven liggen.
Onderweg denkt hij ook nog een paar keer grappig te zijn door de enige gloeilamp in een bepaalde gang los te draaien en zich te verstoppen in een van de vele nissen. Zonder licht is het echt aardedonker. Gewoon compleet zwart. Met het licht van de rode lampjes op onze digitale camera’s proberen we een weg te zoeken naar waar we denken dat de gids zich bevindt, en als we dichtbij komen laat hij ons schrikken door de lamp er weer in te draaien en “HERE am I” te roepen.
Na deze inspirerende ervaring besluit de gids weer in een hoekje een dutje te gaan doen, en wij naar het strand te gaan. Hier ontmoeten we de ouders van Hector en lunchen we.
Het avondprogramma bestaat uit een rondleiding door Cartagena met een Chiva. Dit is een traditionele Colombiaanse bus die vroeger voor het openbaar vervoer werd ingezet. Eigenlijk is deze bus helemaal open en kun je in en uitstappen waar je maar wilt. Banken van links naar rechts, een stuk of 10 achter elkaar en voorin een chauffeur die telkens probeert de juiste versnelling te zoeken. Dit strandt meestal in een hoop geratel, of te wel terug in z’n “vrij” en nog een keer proberen. Dit soort bussen rijden er een aantal door de stad en achterin elke bus zit een driekoppige band muziek te maken. Hard muziek te maken. Voorin zit de presentator van de avond, die tevens iedereen voorziet van rum, 7up en ijsblokjes. Onderweg stoppen we een paar keer voor nog meer drank en een paar optredens. Het eindpunt is een kroeg waar we de rest van de avond doorbrengen. Grappig systeem, met die flessen…
’s Ochtends vertrekken Hector, Ellen en ik voor nog een cultureel uitstapje naar een van de belangrijkste verdedigingsbolwerken van Cartagena: San Felipe Castle. Een fort uit “de jaren stillekes” dat ervoor moest zorgen dat de stad Cartagena bewaard bleef van Piet Piraat.
Het is al vroeg warm en dus besluiten we maar een taxi te nemen naar het fort, dat aan de andere kant van de stad ligt. Ook omdat het gewoon vakantie is, en je dus moet doen waar je zin in hebt, en vooral niet waar je geen zin in hebt. Het grappige van de taxi’s is dat je vooraf een prijs afspreekt voor de geplande reis. Dat wil dus zeggen: afdingen voordat je instapt, anders betaal je gegarandeerd teveel. Hector is erg bekwaam in dit spelletje, dus eerst gaat de deur open, vervolgens wordt er wat gepraat en gaat de deur weer half dicht, om te doen alsof we het te duur vinden. Als de prijs door onze financiële waakhond is goedgekeurd, krijgen we het knikje en kunnen we instappen.
Vaak betreft een het kleine Hyundai, fel geel en compleet afgeragd. Ik zit rechts achterin en houd voor de zekerheid mijn arm uit het raam half op het dak, om de deur dicht te houden. De rijstijl van de taxichauffeurs lijkt overal in Colombia hetzelfde. Dat betekent: niet afremmen voor een bocht, een hand aan het stuur en de andere op de claxon.
Als we veilig bij het fort zijn gearriveerd, moet er ook nog even ontbeten worden. We gaan voor een traditionele Arepa, het pannekoekgevalletje waar ik de eerste dag ook over vertelde. Het lijkt erop dat deze Arepa’s niet van vandaag zijn, en ik vermoed zelfs niet van gisteren. Maar goed, we moeten toch een paar calorieën binnenkrijgen en met een flesje water erbij is het best weg te krijgen.
Bovenin het fort lijkt het ons een goed idee om een toer te doen onder begeleiding van een gids. Na wat zoeken hebben we iemand gevonden die als een soort uitzendbureau van gidsen fungeert. Deze dame zit in de schaduw van een middeleeuwse muur met een MP3 speler op de oortjes een beetje “rustig aan” te doen: oogjes dicht, zonnebrilletje op. We (lees: Hector) spreken haar aan, om te informeren of zij wellicht een gids weet. En ja hoor, ze blijkt er wel een te kennen die bereid is ons rond te leiden. Ze staat op, schreeuwt een paar worden naar de voet van de berg, en jawel, er lijkt iets te gebeuren. Er staat een grote, zwarte man op, die absoluut geen plezier lijkt te hebben in zijn werk, want over dezelfde route als die wij in 2 minuten afleggen van beneden naar boven, doet hij ongeveer 10 minuten. Stapje voor stapje, af en toe tegen wat mensen aankletsen, even uitrusten en dan toch maar weer doorslenterend, komt hij uiteindelijk boven aan. Daar vraagt hij aan de vrouw wat hij nou eigenlijk boven moet komen doen en ze vertelt dat “die drie daar” een rondleiding willen.
Hij komt naar ons toe en deelt mee dat hij eerst even 10 minuten bij wil komen, omdat we hem gestoord hebben tijdens zijn lunchpauze. Op de een of andere mysterieuze manier heeft hij opgemerkt dat ik geen Colombiaan ben, en besluit daarom toch vrolijk in het Spaans tegen mij aan te kletsen. Zijn tweede vraag is of ik Spaans spreek (misschien had hij dat eerst moeten vragen) en nadat ik heb uitgelegd dat ik Engels net iets beter beheers dan Spaans (100 tegen 1) kletst hij vrolijk verder in het Spaans… Hij stelt allerlei vragen, maar na 3 seconden zie ik de lol er niet meer van in en dat ziet hij (dat dan weer wel). Onze betrouwbare kasbeheerder duikt weer direct de onderhandelingen in, om een scherpe prijs met de gemotiveerde gids af te spreken.
Na de laatste pareltjes van zijn voorhoofd te hebben gepoetst, besluit hij toch maar met zijn verhaal te beginnen. Hij was net op tijd, want we waren al onderweg om ons bij een andere groep aan te sluiten. Hij begint te vertellen: “MY name is Antoine, and I am a nice GUY.” (Noot: alle woorden met hoofdletters, moeten met dubbel volume uitgesproken worden.)
Onderweg denkt hij ook nog een paar keer grappig te zijn door de enige gloeilamp in een bepaalde gang los te draaien en zich te verstoppen in een van de vele nissen. Zonder licht is het echt aardedonker. Gewoon compleet zwart. Met het licht van de rode lampjes op onze digitale camera’s proberen we een weg te zoeken naar waar we denken dat de gids zich bevindt, en als we dichtbij komen laat hij ons schrikken door de lamp er weer in te draaien en “HERE am I” te roepen.
Na deze inspirerende ervaring besluit de gids weer in een hoekje een dutje te gaan doen, en wij naar het strand te gaan. Hier ontmoeten we de ouders van Hector en lunchen we.
Het avondprogramma bestaat uit een rondleiding door Cartagena met een Chiva. Dit is een traditionele Colombiaanse bus die vroeger voor het openbaar vervoer werd ingezet. Eigenlijk is deze bus helemaal open en kun je in en uitstappen waar je maar wilt. Banken van links naar rechts, een stuk of 10 achter elkaar en voorin een chauffeur die telkens probeert de juiste versnelling te zoeken. Dit strandt meestal in een hoop geratel, of te wel terug in z’n “vrij” en nog een keer proberen. Dit soort bussen rijden er een aantal door de stad en achterin elke bus zit een driekoppige band muziek te maken. Hard muziek te maken. Voorin zit de presentator van de avond, die tevens iedereen voorziet van rum, 7up en ijsblokjes. Onderweg stoppen we een paar keer voor nog meer drank en een paar optredens. Het eindpunt is een kroeg waar we de rest van de avond doorbrengen. Grappig systeem, met die flessen…
Friday, January 30, 2009
dag 4: donderdag 29 januari
Het hotel is gelegen op een militaire basis. Ook al zou je wakker worden in de hotelkamer zonder te weten hoe je er gekomen bent, zou je weten dat je op een militaire basis beland bent. Er staan 4 eenpersoons bedden op de kamer, netjes naast elkaar. Strak opgemaakt met een blauwe sprei en een klein kussentje. De douche heeft twee kranen: een voor het koude water, en een voor het…koude water. Juist, zoals het een goede militair betaamd, wordt er gedouched met koud water. Op zich na een dagje strand bij dertig graden geen straf, maar als je ’s ochtends even lekker rustig onder de douche wakker denkt te worden, heb je het mis. De verlichting op de kamer is van het sfeertype TL en voor de rest staan er twee oude stoelen en een koelkast.
De andere kant van het verhaal is dat dit bedoeld is voor militairen om te overnachten en daardoor bijna niks kost. Ik geloof dat we ongeveer €8 per persoon betalen om 3 nachten te slapen.
Het betreden en verlaten van de basis blijft een spannende onderneming. Soms willen ze een naam weten, soms mag je doorrijden. Soms mag je maar met twee personen in een auto en moet de rest uitstappen. Iedereen, behalve de bestuurder en bijrijder, stappen in dat geval uit en lopen achter de auto onder de slagboom door, om vervolgens na de slagboom weer in te stappen en verder rijden. Soms willen ze de tas controleren en soms moet je door een metaaldetector. De poortjes gaan open door middel van een pasje dat van hand tot hand wordt doorgegeven vanaf de eerste tot de laatste in de rij. De laatste geeft dit vervolgens aan de militair die de wacht houdt, en zo is ook de toegangspoort een behoorlijk nutteloze hindernis geworden.
Direct bij de ingang staat een poortje, zoals op het vliegveld, waar je onderdoor moet lopen. Rood of groen, geluid of geen geluid, maakt allemaal niet uit. Gewoon doorlopen, en dat is de manier om binnen of buiten te komen.
Vandaag bestond het verlaten van de basis uit het “uitstappen voor de poort en instappen na de poort”- veiligheidsprotocol. De militairen nemen zichzelf gelukkig wel heel serieus, dus we proberen onze lach in te houden totdat we weer veilig allemaal in de auto zitten. Misschien ook wel verstandig omdat zij degenen zijn met de uzi’s om de schouder.
In de ochtend hebben we 2 musea bezocht (jahaahahaa) in het oude centrum van Cartagena. De eerste was het museum van de Inquisitie, waarin haarfijn werd uitgelegd hoe de slaven, oorspronkelijke bewoners of eigenlijk alles wat niet katholiek was, vriendelijk doch dringend werd verzocht dit te worden. Hiervoor werden werktuigen gebruikt die mijn misselijkheid van de afgelopen dagen weer een beetje terugbrachten. Van pinnen die door een nek werden gedraaid (ja gedraaid ja) tot aan soort van 23-rings perforatoren die de vingers wel even zouden ontdoen van nagels en/of het bovenste vingertopje. Daarnaast werden natuurlijk de aloude guillotine of het hakblok voor het verwijderen van een of meerdere ledematen niet over het hoofd gezien. Een behoorlijk zieke bedoeling voor een instantie die vrede en liefde zegt te verspreiden…
Het tweede museum was gelukkig een stuk vreedzamer. Althans qua details… Het maritieme museum laat zien hoe verschillende verdedigingswerken rond Cartagena werden gebouwd, compleet met onderwater muren en strategisch geplaatste kanonbataljons. Grappig detail is dat het slechts één piraat gelukt is om ooit de haven van Cartagena te veroveren, maar toen hij eenmaal binnenwas snel weer rechtsomkeer moest maken, omdat in 2 maanden 9000 van zijn piratenvrienden aan de tropische ziekten bezweken. Die werden overigens gewoon overboord gekieperd in de haven, dus dat zal na een paar weken een vrolijk gezicht geweest zijn.
Onderweg terug naar de parkeerplaats komen we langs twee traditioneel geklede Afrikaanse vrouwen die vers fruit snijden. Ellen pakt het geniale idee op om hiervan een foto te maken, leuk, met Bas in het midden. Voor ik het weet sta ik dus met in m’n ene oor een ananas en in m’n andere oor een courgette tussen twee vrouwtjes met een fruitschaal op hun hoofd. Overigens wordt ons na de foto ook wel vriendelijk verzocht iets van de handelswaar af te nemen, want voor niets gaat tenslotte alleen de zon op.
De andere kant van het verhaal is dat dit bedoeld is voor militairen om te overnachten en daardoor bijna niks kost. Ik geloof dat we ongeveer €8 per persoon betalen om 3 nachten te slapen.
Het betreden en verlaten van de basis blijft een spannende onderneming. Soms willen ze een naam weten, soms mag je doorrijden. Soms mag je maar met twee personen in een auto en moet de rest uitstappen. Iedereen, behalve de bestuurder en bijrijder, stappen in dat geval uit en lopen achter de auto onder de slagboom door, om vervolgens na de slagboom weer in te stappen en verder rijden. Soms willen ze de tas controleren en soms moet je door een metaaldetector. De poortjes gaan open door middel van een pasje dat van hand tot hand wordt doorgegeven vanaf de eerste tot de laatste in de rij. De laatste geeft dit vervolgens aan de militair die de wacht houdt, en zo is ook de toegangspoort een behoorlijk nutteloze hindernis geworden.
Direct bij de ingang staat een poortje, zoals op het vliegveld, waar je onderdoor moet lopen. Rood of groen, geluid of geen geluid, maakt allemaal niet uit. Gewoon doorlopen, en dat is de manier om binnen of buiten te komen.
Vandaag bestond het verlaten van de basis uit het “uitstappen voor de poort en instappen na de poort”- veiligheidsprotocol. De militairen nemen zichzelf gelukkig wel heel serieus, dus we proberen onze lach in te houden totdat we weer veilig allemaal in de auto zitten. Misschien ook wel verstandig omdat zij degenen zijn met de uzi’s om de schouder.
In de ochtend hebben we 2 musea bezocht (jahaahahaa) in het oude centrum van Cartagena. De eerste was het museum van de Inquisitie, waarin haarfijn werd uitgelegd hoe de slaven, oorspronkelijke bewoners of eigenlijk alles wat niet katholiek was, vriendelijk doch dringend werd verzocht dit te worden. Hiervoor werden werktuigen gebruikt die mijn misselijkheid van de afgelopen dagen weer een beetje terugbrachten. Van pinnen die door een nek werden gedraaid (ja gedraaid ja) tot aan soort van 23-rings perforatoren die de vingers wel even zouden ontdoen van nagels en/of het bovenste vingertopje. Daarnaast werden natuurlijk de aloude guillotine of het hakblok voor het verwijderen van een of meerdere ledematen niet over het hoofd gezien. Een behoorlijk zieke bedoeling voor een instantie die vrede en liefde zegt te verspreiden…
Het tweede museum was gelukkig een stuk vreedzamer. Althans qua details… Het maritieme museum laat zien hoe verschillende verdedigingswerken rond Cartagena werden gebouwd, compleet met onderwater muren en strategisch geplaatste kanonbataljons. Grappig detail is dat het slechts één piraat gelukt is om ooit de haven van Cartagena te veroveren, maar toen hij eenmaal binnenwas snel weer rechtsomkeer moest maken, omdat in 2 maanden 9000 van zijn piratenvrienden aan de tropische ziekten bezweken. Die werden overigens gewoon overboord gekieperd in de haven, dus dat zal na een paar weken een vrolijk gezicht geweest zijn.
Onderweg terug naar de parkeerplaats komen we langs twee traditioneel geklede Afrikaanse vrouwen die vers fruit snijden. Ellen pakt het geniale idee op om hiervan een foto te maken, leuk, met Bas in het midden. Voor ik het weet sta ik dus met in m’n ene oor een ananas en in m’n andere oor een courgette tussen twee vrouwtjes met een fruitschaal op hun hoofd. Overigens wordt ons na de foto ook wel vriendelijk verzocht iets van de handelswaar af te nemen, want voor niets gaat tenslotte alleen de zon op.
Na deze enorme cultuurboost, was het tijd voor iets anders. Beetje relaxen op het strand, boekje lezen en een pilsje drinken onder een rieten dakje in een strandstoel. Ik was goed voorbereid met m’n factor 50 zonnebrand, maar deze complete sunblock zorgt ervoor dat ik nog erg goed te onderscheiden ben van de lokale bevolking… Dat moeten we morgen toch anders aanpakken…
’s Avonds pakken we een taxi naar een terras dat schitterend uitzicht geeft over de haven. Een uitzicht dat alleen maar mooier wordt, naarmate de lege flessen rum op tafel ook toenemen. Daarna de Colombianen hier nog even een cursusje salsa dansen gegeven en de volgende ochtend naar huis gestrompeld voor een paar uurtjes bezinning. Weltrusten…
dag 3: woensdag 28 januari
Dag 3: woensdag 28 januari
’s Ochtends om 6 uur zijn we bijna op de helft. Volgens het schema zouden we ’s middags rond 2 uur in Cartagena aan moeten komen. Met tegenzin werk ik een broodje naar binnen, wat nog steeds voor de nodige misselijkheid zorgt, maar ja, na een dag niet eten krijg je toch honger…
Op de achterbank krijg ik niet alles meer mee van de reis. Wat wel opvalt is dat het steeds warmer wordt. Bij elke stop zijn er wel weer een paar graden bij op de thermometer en tegen de tijd dat we bijna in Cartagena zijn, is het een graadje of dertig. Zonnetje, geen wolkje aan de lucht, kortom: ideaal vakantieweer.
Het hotel voor de komende dagen ligt op een legerbasis. Voor (oud-)militairen en gasten hebben ze op de basis een “hotel” waar wij twee kamers hebben geboekt. De vader van Hector is officier geweest, vandaar dat wij in aanmerking komen om hier (erg goedkoop) een kamer te huren.
Voor de militairen aan de poort is het duidelijk geen alledaagse gebeurtenis dat mensen zonder uniform van het hotel gebruik willen maken. Moeten ze nou uit de auto? Moeten we gegevens opschrijven? Of zullen we ze gewoon doorlaten… Nou ja, om het dan nog maar een beetje smoel te geven, moeten we aan de kant van de weg stoppen en komt er een man met een bruin pak (is denk ik een officier) en een boek onze kant op. De achterklep moet open. Ik snap niet dat hij zijn lach heeft kunnen inhouden, want die puilde dus uit van weekendtassen, eten, strandhanddoeken en zonnebrand… Juist, en dat wil toegang tot een militaire basis.
Het merk en serienummer van de laptop en digitale camera worden opgeschreven in het grote boek van de militairen. Verder wordt er niks gecontroleerd en mogen we doorrijden. Of te wel: een totaal nutteloze actie, maar ja, ze moeten toch iets.
’s Avonds gaan we een kijkje nemen op een soort country club voor militairen. Ook hier moet de achterklep open om te controleren op bommen. Iets wat hier overigens redelijk gebruikelijk is, en bijvoorbeeld ook gebeurd bij de ingang van een parkeergarage.
’s Ochtends om 6 uur zijn we bijna op de helft. Volgens het schema zouden we ’s middags rond 2 uur in Cartagena aan moeten komen. Met tegenzin werk ik een broodje naar binnen, wat nog steeds voor de nodige misselijkheid zorgt, maar ja, na een dag niet eten krijg je toch honger…
Op de achterbank krijg ik niet alles meer mee van de reis. Wat wel opvalt is dat het steeds warmer wordt. Bij elke stop zijn er wel weer een paar graden bij op de thermometer en tegen de tijd dat we bijna in Cartagena zijn, is het een graadje of dertig. Zonnetje, geen wolkje aan de lucht, kortom: ideaal vakantieweer.
Het hotel voor de komende dagen ligt op een legerbasis. Voor (oud-)militairen en gasten hebben ze op de basis een “hotel” waar wij twee kamers hebben geboekt. De vader van Hector is officier geweest, vandaar dat wij in aanmerking komen om hier (erg goedkoop) een kamer te huren.
Voor de militairen aan de poort is het duidelijk geen alledaagse gebeurtenis dat mensen zonder uniform van het hotel gebruik willen maken. Moeten ze nou uit de auto? Moeten we gegevens opschrijven? Of zullen we ze gewoon doorlaten… Nou ja, om het dan nog maar een beetje smoel te geven, moeten we aan de kant van de weg stoppen en komt er een man met een bruin pak (is denk ik een officier) en een boek onze kant op. De achterklep moet open. Ik snap niet dat hij zijn lach heeft kunnen inhouden, want die puilde dus uit van weekendtassen, eten, strandhanddoeken en zonnebrand… Juist, en dat wil toegang tot een militaire basis.
Het merk en serienummer van de laptop en digitale camera worden opgeschreven in het grote boek van de militairen. Verder wordt er niks gecontroleerd en mogen we doorrijden. Of te wel: een totaal nutteloze actie, maar ja, ze moeten toch iets.
’s Avonds gaan we een kijkje nemen op een soort country club voor militairen. Ook hier moet de achterklep open om te controleren op bommen. Iets wat hier overigens redelijk gebruikelijk is, en bijvoorbeeld ook gebeurd bij de ingang van een parkeergarage.
dag 2: dinsdag 27 januari
Een misselijke dag. Vreemd genoeg ben ik vandaag erg misselijk. Het vreemde is dat dit alleen gebeurt als ik probeer te eten. Niks aan het handje, zolang ik niet eet, maar ja, op een gegeven moment krijg je honger…
Ontbijt is licht in Colombia, dus dat ging me nog aardig af, maar de lunch, o oh, dat ik de complete maaltijd, zoals wij die ’s avonds eten. Bij ongeveer de derde hap voel ik het eten zich een weg terug zoeken, dus toen heb ik ook maar besloten niet verder te eten. Leek me wel zo verstandig voor de rest van het gezelschap, namelijk: de hele familie!!
Ik dacht eerst dat het kwam omdat ik het ’s middags dineren niet gewend was, maar toen ik ’s avonds de rest van het bord leeg probeerde te eten, gebeurde hetzelfde. Conclusie: erg weinig gegeten vandaag.
’s Avonds werd de familie Sampedro compleet gemaakt met Vicky, Lili en de bijbehorende kinderen, waaronder mijn grote kleine vriend Emilio. Ik geloof dat de cadeautjes uit Nederland wel goed in de smaak vallen. Dat is maar goed ook, want de sloffen die ik voor Emilio heb meegebracht zijn ongeveer 5 maten te groot, kan hij dus nog wel even mee vooruit!
Het plan is om ’s nachts te vertrekken richting Cartagena. Nadat het bezoek is vertrokken, snel de spullen inpakken en alvast in de auto laden. Bij het dichtduwen van de kofferbak, die inmiddels lichtelijk bol staat, krijgt Nathalia de ingeving om niet ’s nachts te vertrekken, maar direct! Of te wel: elf uur ’s avonds. Na nog 14 keer de bolstaande kofferbak open en dicht gemaakt te hebben, stappen we allemaal in om te vertrekken naar Cartagena.
Cartagena ligt in het noordoosten van Colombia op ongeveer 14 uur rijden van Bogota. De snelweg er naartoe is niet bepaald een A2, maar meer een kronkelige bergroute. Als er een bord staat dat er stenen van de berg kunnen vallen, is dat geen loze waarschuwing zoals bijvoorbeeld in Oostenrijk of Zwitserland, waar deze helling dan met een net wordt ingepakt. Als hier een bord staat dat er stenen vallen, dan vallen er ook stenen. Geen gevalletjes sterretje in je voorruit, maar meer een situatie: voorruit volledig verdwenen!
De eerste uren van de reis regent het verschrikkelijk. Dat wil zeggen dat de straten blank staan en de gaten in de weg (voor meer informatie over “gaten in de weg” zie verslag dag 1) worden gevuld met water. Ik probeer wakker te blijven, maar dat begint ’s ochtends om een uur of 6 toch moeilijk te worden. Gelukkig wordt er dan ook van bestuurder gewisseld, Hector rijdt nu en heeft Ellen als navigator. Nu begint het ook licht te worden, dus een goed moment om met een nieuwe dag te beginnen.
Ontbijt is licht in Colombia, dus dat ging me nog aardig af, maar de lunch, o oh, dat ik de complete maaltijd, zoals wij die ’s avonds eten. Bij ongeveer de derde hap voel ik het eten zich een weg terug zoeken, dus toen heb ik ook maar besloten niet verder te eten. Leek me wel zo verstandig voor de rest van het gezelschap, namelijk: de hele familie!!
Ik dacht eerst dat het kwam omdat ik het ’s middags dineren niet gewend was, maar toen ik ’s avonds de rest van het bord leeg probeerde te eten, gebeurde hetzelfde. Conclusie: erg weinig gegeten vandaag.
’s Avonds werd de familie Sampedro compleet gemaakt met Vicky, Lili en de bijbehorende kinderen, waaronder mijn grote kleine vriend Emilio. Ik geloof dat de cadeautjes uit Nederland wel goed in de smaak vallen. Dat is maar goed ook, want de sloffen die ik voor Emilio heb meegebracht zijn ongeveer 5 maten te groot, kan hij dus nog wel even mee vooruit!
Het plan is om ’s nachts te vertrekken richting Cartagena. Nadat het bezoek is vertrokken, snel de spullen inpakken en alvast in de auto laden. Bij het dichtduwen van de kofferbak, die inmiddels lichtelijk bol staat, krijgt Nathalia de ingeving om niet ’s nachts te vertrekken, maar direct! Of te wel: elf uur ’s avonds. Na nog 14 keer de bolstaande kofferbak open en dicht gemaakt te hebben, stappen we allemaal in om te vertrekken naar Cartagena.
Cartagena ligt in het noordoosten van Colombia op ongeveer 14 uur rijden van Bogota. De snelweg er naartoe is niet bepaald een A2, maar meer een kronkelige bergroute. Als er een bord staat dat er stenen van de berg kunnen vallen, is dat geen loze waarschuwing zoals bijvoorbeeld in Oostenrijk of Zwitserland, waar deze helling dan met een net wordt ingepakt. Als hier een bord staat dat er stenen vallen, dan vallen er ook stenen. Geen gevalletjes sterretje in je voorruit, maar meer een situatie: voorruit volledig verdwenen!
De eerste uren van de reis regent het verschrikkelijk. Dat wil zeggen dat de straten blank staan en de gaten in de weg (voor meer informatie over “gaten in de weg” zie verslag dag 1) worden gevuld met water. Ik probeer wakker te blijven, maar dat begint ’s ochtends om een uur of 6 toch moeilijk te worden. Gelukkig wordt er dan ook van bestuurder gewisseld, Hector rijdt nu en heeft Ellen als navigator. Nu begint het ook licht te worden, dus een goed moment om met een nieuwe dag te beginnen.
Tuesday, January 27, 2009
dag 1: maandag 26 januari
Nou daar zit ik dan… Op m’n bedje op de slaapkamer die ze hier al maanden de “slaapkamer van Bas” schijnen te noemen. Precies 24 uur heeft het geduurd, van deur tot deur, of eerlijk gezegd: van bed tot bed. Half zes gisteren ochtend in Nederland vertrokken en om half 12, lokale tijd voelde ik het kussen van het Bas-slaapkamerbed… Ik geloof niet dat het 5 over half 12 is geworden…
De vlucht vanuit Amsterdam naar NY ging eigenlijk verrassend goed. Ik had 2 stoelen voor mij alleen, dus eindelijk genoeg ruimte om m’n benen kwijt te kunnen. Helaas nog wel last gehad van een jongetje precies achter mij dat net een nieuw woordje had geleed, althans dat denk ik want dat heeftie de hele vlucht (8 uur) achter elkaar lopen opzeggen.
In NY even de benen strekken en 3 uur later klaar voor deel 2 van de vlucht. De security toestanden in NY vielen erg mee. Geen lange rijen of chagrijnige douanebeambten maar zelfs een bagagemedewerker die iedereen de weg wees, en daarbij alle vertrektijden, vluchtnummers en de juiste gate, uit z’n hoofd kende! Hij vertelde iedereen waar z’n bagage achter te laten en hoe laat er bij welke gate geboard moest worden…uit z’n hoofd!
Deel twee van de reis verliep helaas iets minder comfortabel. Ze hadden in dit vliegtuig de stoelen nog net iets dichter bij elkaar gezet dan het vorige toestel, zodat ik meteen klemvst met m’n knieën tegen de stoel van degene voor me zat. Ik had geen gordel meer nodig, kon nergens naartoe. Sterker nog, daar zat ik op, dus daar kon ik ook niet meer bij… 6 uur later heb ik mij, misselijk van het vliegtuig voedsel ontvouwen uit deze benarde positie en het avontuur met de Colombiaanse grenswacht aangegaan. Mannen in groene pakken die allemaal erg streng kijken, en voor het geval ze tegen me zouden gaan praten, ik geen idee zouden hebben wat ze van me wilden. De koffers zaten vol met etenswaren, snoep en led-verlichting, allemaal zaken die je, volgens het briefje dat we in moesten vullen in het vliegtuig, bij de douane moesten aangeven. Ze zijn hier namelijk nogal streng op het invoeren van spullen, eerlijk gezegd denk ik omdat ze er op die manier peso’s uit kunnen halen…
Maar alle mannen in groene pakken lieten me met rust en ook de douanier stelde geen moeilijke vragen. Sterker nog: die zei helemaal niks. Ik gaf hem mijn paspoort en het briefje dat ik in het vliegtuig had ingevuld. Het briefje kreeg ik overigens meteen weer terug, wat betekende dat ik dus ergens nog een hindernis moest nemen, en na een lompe stempel in mijn paspoort mocht ik doorlopen.
En daar had ik het witte briefje dus weer nodig. 1 vliegveld, met daarop 1 poortje en daarachter 1 vrouwtje met een rode en een groende knop. Achter het poortje een groepje verveelde, groene pakkenmannen die pas in actie hoefde te komen als het vrouwtje achter het poortje op de rode knop duwde. Dat betekende dat je iets bij had dat aangegeven moest worden of zo, in ieder geval reden voor de groene pakken om je koffers open te maken. Bij mij vroeg ze alleen of ik $10.000 bij had. Ik lachte een keer en toen mocht ik door… Ik geloof dat zij er de humor ook wel van inzag…
Ik werd opgewacht door Ellen, Hector en Nathalia en na een half uurtje door de stad “cruisen”, aangekomen bij het huis van de ouders van Hector. Wel apart dat, ook al woon je hier in een degelijke wijk, er nog steeds onverwacht een gat van ongeveer 30cm diep in de weg kan opduiken. Ik geloof dat Hector de weg inmiddels aardig kent, want hij stuurt er soepel omheen, maar de prioriteiten qua infrastructuur liggen hier zeg maar iets anders dan bij ons…
Ik was natuurlijk veel te vroeg wakker vanochtend. Ook al had ik beloofd ook uit te slapen. Op dit moment houden alleen Hector en Ellen zich daaraan. Maar goed, biedt mij even de mogelijkheid om met uitzicht over de “Bergen van Bogota”, dag 1 van het reisverslag te typen.
De vlucht vanuit Amsterdam naar NY ging eigenlijk verrassend goed. Ik had 2 stoelen voor mij alleen, dus eindelijk genoeg ruimte om m’n benen kwijt te kunnen. Helaas nog wel last gehad van een jongetje precies achter mij dat net een nieuw woordje had geleed, althans dat denk ik want dat heeftie de hele vlucht (8 uur) achter elkaar lopen opzeggen.
In NY even de benen strekken en 3 uur later klaar voor deel 2 van de vlucht. De security toestanden in NY vielen erg mee. Geen lange rijen of chagrijnige douanebeambten maar zelfs een bagagemedewerker die iedereen de weg wees, en daarbij alle vertrektijden, vluchtnummers en de juiste gate, uit z’n hoofd kende! Hij vertelde iedereen waar z’n bagage achter te laten en hoe laat er bij welke gate geboard moest worden…uit z’n hoofd!
Deel twee van de reis verliep helaas iets minder comfortabel. Ze hadden in dit vliegtuig de stoelen nog net iets dichter bij elkaar gezet dan het vorige toestel, zodat ik meteen klemvst met m’n knieën tegen de stoel van degene voor me zat. Ik had geen gordel meer nodig, kon nergens naartoe. Sterker nog, daar zat ik op, dus daar kon ik ook niet meer bij… 6 uur later heb ik mij, misselijk van het vliegtuig voedsel ontvouwen uit deze benarde positie en het avontuur met de Colombiaanse grenswacht aangegaan. Mannen in groene pakken die allemaal erg streng kijken, en voor het geval ze tegen me zouden gaan praten, ik geen idee zouden hebben wat ze van me wilden. De koffers zaten vol met etenswaren, snoep en led-verlichting, allemaal zaken die je, volgens het briefje dat we in moesten vullen in het vliegtuig, bij de douane moesten aangeven. Ze zijn hier namelijk nogal streng op het invoeren van spullen, eerlijk gezegd denk ik omdat ze er op die manier peso’s uit kunnen halen…
Maar alle mannen in groene pakken lieten me met rust en ook de douanier stelde geen moeilijke vragen. Sterker nog: die zei helemaal niks. Ik gaf hem mijn paspoort en het briefje dat ik in het vliegtuig had ingevuld. Het briefje kreeg ik overigens meteen weer terug, wat betekende dat ik dus ergens nog een hindernis moest nemen, en na een lompe stempel in mijn paspoort mocht ik doorlopen.
En daar had ik het witte briefje dus weer nodig. 1 vliegveld, met daarop 1 poortje en daarachter 1 vrouwtje met een rode en een groende knop. Achter het poortje een groepje verveelde, groene pakkenmannen die pas in actie hoefde te komen als het vrouwtje achter het poortje op de rode knop duwde. Dat betekende dat je iets bij had dat aangegeven moest worden of zo, in ieder geval reden voor de groene pakken om je koffers open te maken. Bij mij vroeg ze alleen of ik $10.000 bij had. Ik lachte een keer en toen mocht ik door… Ik geloof dat zij er de humor ook wel van inzag…
Ik werd opgewacht door Ellen, Hector en Nathalia en na een half uurtje door de stad “cruisen”, aangekomen bij het huis van de ouders van Hector. Wel apart dat, ook al woon je hier in een degelijke wijk, er nog steeds onverwacht een gat van ongeveer 30cm diep in de weg kan opduiken. Ik geloof dat Hector de weg inmiddels aardig kent, want hij stuurt er soepel omheen, maar de prioriteiten qua infrastructuur liggen hier zeg maar iets anders dan bij ons…
Ik was natuurlijk veel te vroeg wakker vanochtend. Ook al had ik beloofd ook uit te slapen. Op dit moment houden alleen Hector en Ellen zich daaraan. Maar goed, biedt mij even de mogelijkheid om met uitzicht over de “Bergen van Bogota”, dag 1 van het reisverslag te typen.
Subscribe to:
Posts (Atom)