Na een onrustige nacht worden we wakker in het paradijs met een met een ochtendzonnetje op ons gezicht. Het ontbijt bestaat uit een soort cementachtige havermoutenpap, die we hebben meegenomen, samen met een pak melkpoeder. Ik krijg mijn kaken zo ongeveer niet meer van elkaar na de eerste hap, maar ik heb zo’n honger dat ik mijn bordje toch maar leeg eet.
Na dit feestmaal gaan we op stap richting een indianendorp dat tot voor 500 jaar geleden werd bewoond door zo’n 2000 indianen. Het dorp ligt bovenop de top van een van de heuvels in het park en het pad er naartoe bestaat uit een soort trap van rotsen dat zo’n 1500 jaar geleden door diezelfde indianen is aangelegd. Ik geloof dat de waterpas toen nog niet was uitgevonden en na een zware klim komen we aan bij een terrassencomplex waarop vroeger de hutten van deze Tayrone-indianen stonden.
De terrassen hebben een erg belangrijke functie in deze cultuur. Het water komt namelijk uit de top van de berg naar beneden gestroomd en deze terrassen zorgen ervoor dat iedereen het water krijgt waar hij recht op heeft. Een ingenieus systeem zorgt ervoor dat het water zich een weg naar beneden cirkelt totdat het laatste terras is bereikt. Op de bovenste etage van dit prehistorisch appartementencomplex woont de chief van de stam. Hij is de belangrijkste persoon van de “tribe” en heeft daarom recht op het meeste en het schoonste water. Naarmate het water zich een weg naar beneden zoekt, worden de indianen minder belangrijk en onderaan woonden de randgroep jongeren van deze stam. Zij hebben het moeten doen met het afvalwater van ongeveer 2000 anderen.
Na een zware afdaling over deze zelfde prehistorische trap, bij een graadje of 30, zijn we wel toe aan een lekker frisse douche. Helaas blijkt dat bij aankomst op de camping dat het water “op” is. Jawel, ook dat kan gebeuren. De douche wordt daarom verplaatst naar een stroompje dat in de zee uitkomt en een paar minuten later staan we, zoals de indianen 1000 jaar geleden, meet een stukje zeep tot onze knieĆ«n in het water, ons zo goed en zo kwaad als het gaat een beetje te wassen.
Het avondprogramma bestaat uit rum met 7up, beetje kletsen en zorgen dat alles voorbereidingen voor de nacht zijn getroffen voordat het donker wordt. Donker is hier ook echt donker. Geen straatlantaarns, geen reclameborden, slechts een kaars die ervoor moet zorgen dat ik met een beetje gevoel, mijn lenzen in het lenzendoosje krijg en mijn oogjes kan sluiten voor een volgende nacht in een hangmat.
Tuesday, February 10, 2009
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment