Vandaag gaan we wandelen. Er liggen hier een aantal typisch Colombiaanse dorpjes in de buurt die bijna allemaal op de Colombiaanse lijst van monumenten staan. Ze bestaan smalle, steile weggetjes tegen de helling met aan beide zijden kleine huisjes van ongeveer 500 jaar oud.
In het dorpje drinken we een pilsje (het is tenslotte al bijna 1 uur) en kijken we een beetje rond op het dorpsplein. Grappig is dat hier een heleboel stenen voorzien zijn van fossielen. Het blijkt dat 19 miljoen jaar geleden dit gedeelte van “Colombia” onder de zeespiegel lag en dit is terug te zien aan de versteende afdrukken van schelpen, vissen en andere ondefinieerbare wezens…
In het dorpje drinken we een pilsje (het is tenslotte al bijna 1 uur) en kijken we een beetje rond op het dorpsplein. Grappig is dat hier een heleboel stenen voorzien zijn van fossielen. Het blijkt dat 19 miljoen jaar geleden dit gedeelte van “Colombia” onder de zeespiegel lag en dit is terug te zien aan de versteende afdrukken van schelpen, vissen en andere ondefinieerbare wezens…
Eigenlijk is het ook wel warm. Onderweg heb ik mijn t-shirt uitgedaan en over mijn schouders gehangen om de brandschade nog enigszins te beperken, maar tegen de tijd dat we in het dorp aankomen is het zeker een graad of 30. Eigenlijk hebben we ook geen zin om “dat hele eind” nog terug te lopen. In het winkeltje waar we een pilsje kopen, informeren we naar een bus terug naar het dorp waar we vandaan komen, maar deze blijkt pas 2.5 uur later te vertrekken. Beetje jammer, maar dan zullen we ons maar zolang moeten vermaken in dit uitgestorven gat. Of toch niet? Aan de overkant van het plein staat een wagen met een houten opbouw in de laadbak. Een soort antieke pick-up truck. Hector en Natalia checken waar deze naartoe gaat, want misschien hebben we geluk en kunnen we meerijden. En ja hoor, de bestemming is hetzelfde als de onze en we mogen achterin de laadbak plaatsnemen…samen met de rest van de familie van de chauffeur. Een paar minuten later zitten we met een man of 10 op een oud tweepersoons matras. M’n knieĆ«n in mijn nek, uitkijkend over de steile weg naar beneden (de truck rijdt omhoog). De familie heeft de grootste lol. Oma vertelt verhalen over dat ze al bijna 50 jaar getrouwd is met het enige varken op de boerderij. Er wordt hard gelachen door iedereen, behalve door mij natuurlijk want ik snap geen snars van het hele verhaal. Aan het einde van de rit duw ik al mijn ingewanden weer naar de juiste positie en ontvouw ik me uit de laadbak. Een paar peso’s voor de chauffeur, even vriendelijk zwaaien, en we zijn waar we moeten zijn.
’s Middags gaan we lunchen in een restaurantje dat gespecialiseerd is in gerechten met mieren. Dit werd ons aangeraden door de eigenaar van de hostel en hij vertelt dat dit een typische lekkernij uit deze regio is. Gefrituurde mieren… Qua formaat zijn ze denk ik ongeveer te vergelijken met een behoorlijke wesp of bij (pak de grootste maar) en qua smaak zijn ze vergelijkbaar met een stuk houtskool uit een geblust kampvuur. In al mijn gulheid sta ik mijn mieren af aan degenen die ze wel binnen kunnen houden.
Aan het einde van de middag gaan we op zoek naar een waterval van 70 meter hoog in de buurt. We volgen de routebeschrijving, een verharde weg het dorp uit. Na ongeveer 15 kilometer verandert het asfalt in een zandweg en weer een paar kilometer later verandert de zandweg in een soort hindernisbaan voor alles dat geen vierwielaandrijving heeft. We krijgen toch wel onze twijfels of deze weg ons leidt naar deze adembenemende toeristische attractie en onderweg vragen we de lokale bevolking of we wel echt op de goede weg zitten. Waterval? Hier? Nog nooit van gehoord! Eigenwijs als we zijn volgen we toch onze GPS en rijden verder. Een paar kilometer later vragen we het nogmaals en ook zij hebben nog nooit van een waterval gehoord. Ook al is de persoon die we het vragen laveloos bezopen, misschien toch maar goed om aan te nemen dat er dan ook echt geen waterval is… We draaien maar om, want het begint ook al donker te worden.
Die dronken mensen op zondagmiddag is trouwens een verhaal apart. Zondag is hier “pay day”. De arbeiders werken hier 6 dagen per week en op zondag worden ze uitbetaald voor het werk van de afgelopen week. De zondag bestaat voor hen uit het ’s ochtends naar de kerk gaan en misschien alvast in voren biechten, want vanuit de kerk gaat het direct door naar de kroeg. Hier wordt zo ongeveer het hele salaris dat niet nodig is voor voedsel er in een paar uur doorheen gezopen. Het resultaat is dat op het einde van de dag iedereen straalbezopen is, wat de sfeer er ook niet beter op maakt.
Het avondeten bestaat uit een overheerlijk stuk vlees van een straatbarbecue en we eindigen in een kroeg waar we maar weer een flesje rum burgemeester maken.
No comments:
Post a Comment