Vroeg uit de veren vandaag. Om 6 uur gaat de wekker en maken we ons klaar voor de boottocht naar de flamingo’s. Na ongeveer een uurtje rijden komen we aan bij een dorpje dat bestaat uit 3 huizen, een bouwval van een schuur en een paar lamme Colombianen, die een beetje chillen in een hangmat in de schaduw. Dit is de vertrekplaats van de “boot” richting de flamingo’s. De boot is een uitgeholde moeraseik van ongeveer 500 jaar oud, met een diameter van 2 meter. Also known as: kano.
Onze kapitein is een indiaan, die is voortgekomen uit een indiaan van de ene stam en een indiaan van een andere stam. Resultaat: trouble! Hij vertelt dat hij een tijd terug door 3 indianen uit de ene stam het ziekenhuis is ingeslagen omdat hij verliefd is op een meisje. Maar omdat hij geen volbloed indiaan is, van een bepaalde tribe, wordt het niet toegestaan om zomaar te trouwen.
De kano wordt voortgestuwd op de manier zoals ook in Venetië wordt toegepast, en als we ver genoeg uit de kust zijn, wordt van een kano een zeilschip gemaakt. Er wordt een zeil uitgerold, dat bestaat uit aan elkaar genaaide zakken waar volgens mij het maïs in wordt vervoerd. Hieraan zijn 2 touwen bevestigd die ervoor zorgen dat we (lees: de halfbloed indiaan) ook nog een beetje kunnen sturen en na een uurtje varen zien we aan de horizon dan eindelijk een paar roze stipjes opdoemen. Onze kapitein stuurt ons behendig om de groep heen en we komen erg dichtbij totdat de groep besluit te gaan verkassen en opvliegt.
140 foto’s later zetten we de terugtocht in en gaan we op weg naar de schildpadden. Het verblijf van de schilpadden is een speciaal project dat op het moment dat wij aankomen net wordt gereinigd. Dit betekent dat de schildpadden in een soort uit de kluiten gewassen speciekuipen verblijven deze dag en voor mij niet veel aanleiding geven om hier foto’s van te maken.
De volgende stop na Santa Marta is een hostel in San Gil. Dit hebben we per e-mail gereserveerd, maar moet nog wel vooraf betaald worden om zeker te zijn van een slaapplaats. Dit hostel is aangesloten bij een keten, waarvan een dorp verderop ook een vestiging is. We stappen in de auto richting dit vissersdorp en na wat onverharde wegen en steile weggetjes, waarbij het zicht zich beperkt tot ongeveer 20 meter, komen we aan bij een back-packers hostel, boven op de heuvel.
Hier betalen we de eerste nacht en gaan we op zoek naar een restaurant om iets te eten. Aan de “boulevard” langs het strand zien we een pizzeria, en we bestellen de grootste pizza die maar te bestellen valt, met een doorsnede van ongeveer 50 centimeter. Terug in het appartement kom ik erachter dat ik in dit restaurant helaas mijn zonnebril heb laten liggen…
Straatverlichting kennen ze niet in dit gedeelte van de stad. De enige verlichting die de weg nog een beetje verlicht is die van het voetbalstadion. Geen hond te bekennen op het voetbalveld, de bevolking is hier straatarm, maaaarr…. Voetballen moet te allen tijde mogelijk zijn, dus deze verlichting brandt op volle toeren.
Tuesday, February 10, 2009
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment